De uitkeringsgerechtigde, behorend tot de doelgroep als bedoeld in artikel 3, krijgt eerst gedurende 8 weken de gelegenheid om zelf een tegenprestatie naar vermogen te regelen.
Indien de uitkeringsgerechtigde er niet in slaagt om binnen de termijn als bedoeld in het eerste lid een tegenprestatie naar vermogen te regelen die naar het oordeel van het dagelijks bestuur past binnen de kaders van de wet en deze verordening, legt het dagelijks bestuur door middel van een beschikking de tegenprestatie naar vermogen op.
Paragraaf
Artikel 4
Initiatief bij de uitkeringsgerechtigde
Onderdeel van Verordening tegenprestatie naar vermogen Participatiewet, IOAW en IOAZ ISD Bollenstreek 2015