**1.** Het college ziet af van een verlaging als:
a. elke vorm van verwijtbaarheid ontbreekt, of
b. de gedraging meer dan één jaar voor constatering daarvan door het college heeft plaatsgevonden.
**2.** Het college kan afzien van een verlaging als het daarvoor dringende redenen aanwezig acht.
**3.** Als het college afziet van een verlaging op grond van dringende redenen, wordt een belanghebbende hiervan schriftelijk op de hoogte gesteld.
Hoofdstuk 1
Artikel 3
Afzien van verlaging
Onderdeel van Afstemmingsverordening Participatiewet, IOAW en IOAZ 2015