Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4.

Artikel 11.

Tekortschietend besef van verantwoordelijkheid

Onderdeel van Afstemmingsverordening Participatiewet, IOAW en IOAZ 2015

1.. Een verlaging wegens tekortschietend besef van verantwoordelijkheid voor de voorziening in het bestaan als bedoeld in artikel 18, tweede lid, van de Participatiewet wordt afgestemd op het benadelingsbedrag. 2.. De verlaging wordt vastgesteld op: Eerste categorie: 10% van de bijstandsnorm gedurende één maand bij een benadelingsbedrag tot € 1000,-; Tweede categorie: 20% van de bijstandsnorm gedurende één maand bij een benadelingsbedrag vanaf € 1000,- tot € 2000,-; Derde categorie: 40% van de bijstandsnorm gedurende één maand bij een benadelingsbedrag vanaf € 2000,- tot € 4000,-; Vierde categorie: 100% van de bijstandsnorm gedurende tenminste één maand bij een benadelingsbedrag van € 4000,- of hoger. 3.. Indien de verlaging genoemd in lid 2 niet of niet volledig opgelegd kan worden, dan wordt deze verlaging toegepast op het toekomstig recht op bijstand indien dat toekomstig recht op bijstand ontstaat binnen 1 jaar na de datum waarop het feit en de feiten op grond waarvan de verlaging opgelegd diende te worden, zich voordeed.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel