Het dagelijks bestuur ziet af van een verlaging als:
elke vorm van verwijtbaarheid ontbreekt, of
de gedraging meer dan één jaar voor constatering van die
gedraging door het
dagelijks bestuur heeft plaatsgevonden.
Het dagelijks bestuur voert een verlaging niet uit als het
daarvoor dringende redenen
aanwezig zijn.
Als op grond van dringende redenen een verlaging niet wordt
uitgevoerd, wordt de belang
3. hebbende hiervan schriftelijk op de hoogte gesteld. Ondanks
dat geen verlaging wordt
3. uitgevoerd telt de verwijtbare gedraging wel mee voor
recidive.
3.
Hoofdstuk 1.
Artikel 4.
Afzien van uitvoering van verlaging
Onderdeel van Afstemmingsverordening Participatiewet, Bbz 2004, IOAW en IOAZ 2015 gemeente Vlieland