Een verlaging wordt toegepast op de uitkering of bijzondere
bijstand die is verleend
met toepassing van artikel 12 van de Participatiewet over de
kalendermaand volgend
op de maand waarin het besluit tot het opleggen van de
verlaging aan een belanghebbende is bekendgemaakt. Daarbij wordt
uitgegaan van de op dat tijdstip voor die
belanghebbende geldende bijstandsnorm.
Voor zover de uitkering nog niet is uitbetaald wordt in
afwijking van het eerste lid een
verlaging van de bijstand met terugwerkende kracht toegepast op
de uitkering over de
periode waarop de gedraging betrekking heeft gehad dan wel de
uitkering over de periode
waarin de gedraging heeft plaatsgevonden.
Als een verlaging niet of niet geheel ten uitvoer kan worden
gelegd als gevolg van de
beëindiging of intrekking van de uitkering, wordt de verlaging
of dat deel van de verlaging dat nog niet is uitgevoerd, alsnog
opgelegd als belanghebbende binnen twaalf maanden na de
bekendmaking van het besluit omtrent de verwijtbare gedraging,
opnieuw binnen het dienstgebied een uitkering ontvangt.
Een verlaging kan met terugwerkende kracht worden toegepast op
de uitkering over de periode waarop de gedraging betrekking
heeft gehad of over de periode waarin de gedraging heeft
plaatsgevonden als een verlaging overeenkomstig het eerste lid
niet
mogelijk is omdat de uitkering is beëindigd of ingetrokken.
Hoofdstuk 1.
Artikel 6.
Ingangsdatum en tijdvak van een verlaging
Onderdeel van Afstemmingsverordening Participatiewet, Bbz 2004, IOAW en IOAZ 2015 gemeente Vlieland