**1..** Onverminderd artikel 2, tweede lid, wordt de maatregel vastgesteld op:
tien procent van de bijstandsnorm gedurende een maand bij gedragingen van de eerste categorie;
twintig procent van de bijstandsnorm gedurende een maand bij gedragingen van de tweede categorie;
veertig procent van de bijstandsnorm gedurende een maand bij gedragingen van de derde categorie;
honderd procent van de bijstandsnorm gedurende een maand bij gedragingen van de vierde categorie.
**2..** De duur van de maatregel als bedoeld in het eerste lid wordt verdubbeld, indien binnen vierentwintig maanden na bekendmaking van een besluit waarbij een maatregel is opgelegd, opnieuw een besluit wordt genomen naar aanleiding van een verwijtbare gedraging van dezelfde of hogere categorie.
**3..** De hoogte en de duur van de maatregel in de eerste tot en met de derde categorie als bedoeld in het eerste lid, onderdelen a., b. en c., worden verdubbeld, indien binnen vierentwintig maanden na bekendmaking van een besluit waarbij een maatregel is opgelegd, voor een derde of volgende maal een besluit wordt genomen naar aanleiding van een verwijtbare gedraging van dezelfde of hogere categorie. Indien het een gedraging in de vierde categorie als bedoeld in het eerste lid, onderdeel d., betreft, wordt de duur van de maatregel verdubbeld.
**4..** Met een besluit waarmee een maatregel is opgelegd wordt gelijkgesteld het besluit om daarvan af te zien op grond van dringende redenen, bedoeld in artikel 6, tweede lid.
Hoofdstuk 1
Artikel 10
Hoogte en duur van de maatregel
Onderdeel van Maatregelenverordening Wet werk en bijstand