Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4

Artikel 14

Tekortschietend besef van verantwoordelijkheid

Onderdeel van Maatregelenverordening Wet werk en bijstand

1.. Een gedraging die een uitdrukking is van tekortschietend besef van verantwoordelijkheid voor de voorziening in het bestaan als bedoeld in artikel 18, tweede lid, van de wet, wordt aangemerkt als een gedraging van de tweede categorie als bedoeld in artikel 9. 2.. In afwijking van het eerste lid wordt, indien het tekortschietend besef van verantwoordelijkheid voor de voorziening in het bestaan is gelegen in de omstandigheid dat beroep op bijstand wordt gedaan doordat de belanghebbende verwijtbaar niet of niet meer over middelen beschikt, een maatregel opgelegd van twintig procent gedurende het aantal maanden dat eerder beroep op bijstand wordt gedaan dan wanneer de verwijtbare gedraging niet had plaatsgevonden. 3.. De duur van de maatregel als bedoeld in het eerste lid wordt verdubbeld, indien binnen vierentwintig maanden na bekendmaking van een besluit waarbij een maatregel is opgelegd, opnieuw een besluit wordt genomen naar aanleiding van een verwijtbare gedraging als bedoeld in het eerste lid. 4.. De hoogte en de duur van de maatregel als bedoeld in het eerste lid worden verdubbeld, indien binnen vierentwintig maanden na bekendmaking van een besluit waarbij een maatregel is opgelegd, voor de derde of volgende maal een besluit wordt genomen naar aanleiding van een verwijtbare gedraging als bedoeld in het eerste lid. 5.. Met een besluit waarmee een maatregel is opgelegd wordt gelijkgesteld het besluit om daarvan af te zien op grond van dringende redenen, bedoeld in artikel 6, tweede lid.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel