Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 3 › PARAGRAAF 3

Artikel 23

Algemene bepalingen over stemming

Onderdeel van Reglement van Orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad 2015

De voorzitter vraagt de raadsleden of zij stemming verlangen. Is dit niet het geval dan stelt devoorzitter vast dat het voorstel zonder hoofdelijke stemming is aangenomen. Als een voorstel zonder stemming wordt aangenomen kunnen de in de raadsvergaderingaanwezige raadsleden aantekening in het verslag vragen, dat zij geacht willen worden tehebben tegengestemd of overeenkomstig artikel 28 van de Gemeentewet niet aan destemming te hebben deelgenomen. Als een raadslid om stemming of hoofdelijke stemming vraagt, doet de voorzitter daarvanmededeling aan de raad. Indien stemming wordt verlangd, vindt de stemming plaats doorhandopsteking, tenzij een lid hoofdelijke stemming verlangt. Bij hoofdelijke stemming roept de voorzitter roept de leden bij naam op hun stem uit tebrengen. De stemming begint bij het lid dat daarvoor overeenkomstig artikel 14 isaangewezen. Vervolgens geschiedt de oproeping naar de volgorde van de presentielijst. Bij hoofdelijke stemming brengen ter vergadering aanwezige raadsleden, tenzij zijovereenkomstig artikel 28 van de Gemeentewet niet aan de stemming behoren deel tenemen, hun stem uit door ‘voor’ of ‘tegen’ uit te spreken zonder toevoeging. Een raadslid dat zich bij het uitbrengen van zijn stem vergist, kan hij deze vergissingherstellen voordat het volgende raadslid gestemd heeft. Bemerkt het lid zijn vergissing paslater, dan kan deze nadat de voorzitter de uitslag van de stemming bekend heeft gemaaktaantekening vragen van zijn vergissing. Dit brengt geen verandering in de uitslag van destemming. De voorzitter deelt de uitslag na afloop van de stemming mee. Hij doet daarbij tevensmededeling van het genomen besluit.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel