Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 2

Artikel 6

Benoeming kandidaat-wethouders

Onderdeel van Reglement van Orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad 2015

De voorzitter van de raad stelt een commissie in die onderzoek verricht naar debenoembaarheid van één of meerdere wethouders en de raad hierover schriftelijk informeert. De commissie, bedoeld in het eerste lid, bestaat uit vier leden van de raad alsmede de voorzitter van de raad. Bij tussentijdse benoeming van (een) wethouder(s) zal in deze commissie geen raadslid zitting hebben behorende tot de fractie waaruit de kandidaat wordt voorgedragen. De eerste volzin van dit artikellid is niet van toepassing bij de benoeming van een voltallig college. De commissie fungeert als opdrachtgever voor een voorafgaand aan de benoeming van een of meerdere wethouder(s) uit te voeren integriteitstoets door een daartoe aan te wijzen onafhankelijke organisatie. De commissie beoordeelt de van de kandidaat wethouder ontvangen documenten eninformatie aan: de artikelen 36a, 36b van de Gemeentewet (benoembaarheidseisen); artikel 41b, eerste, derde en vierde lid van de Gemeentewet (nevenfuncties); artikel 36b van de Gemeentewet (onverenigbare functies); artikel 41c, eerste lid van de Gemeentewet (onverenigbare of verboden handelingen); de gedragscode voor burgemeester en wethouders van de gemeente. De kandidaat-wethouder(s) is / zijn gehouden medewerking te verlenen aan de in lid 3 bedoelde integriteitstoets. De commissie verricht zijn werkzaamheden in een niet openbare vergadering waarvan geenverslag wordt gelegd. De kandidaat wethouder wordt in de gelegenheid gesteld de documenten en aangedrageninformatie mondeling toe te lichten. Op basis van de beoordeelde informatie formuleert de commissie een schriftelijk,beargumenteerd, advies aan de raad ten aanzien van de benoembaarheid voorgedragenwethouder(s). Indien de commissie niet unaniem is in zijn oordeel wordt hiervan melding gemaakt in hetadvies.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel