Het dagelijks bestuur verstrekt een pgb in overeenstemming met
artikel 2.3.6 van de Wmo 2015.
Onverminderd artikel 2.3.6, tweede en vijfde lid, van de wet
verstrekt het college geen pgb voor zover de aanvraag betrekking
heeft op kosten die de belanghebbende voorafgaand aan de
indiening van de aanvraag heeft gemaakt en niet meer is na te
gaan of de
ingekochte voorziening noodzakelijk was.
Het tarief voor een pgb:
is gebaseerd op een door de cliënt opgesteld plan over hoe hij
het pgb gaat besteden;
is toereikend om effectieve en kwalitatief goede zorg in te
kopen, en
bedraagt ten hoogste de kostprijs van de in de betreffende
situatie goedkoopst
compenserende maatwerkvoorziening in natura.
4.De hoogte van een pgb voor dienstverlening is een all in uurtarief
welke geacht wordt
voldoende toereikend te zijn. Dit tarief is opgebouwd uit verschillende
kostencomponenten, zoals salaris en reiskosten.
5.De hoogte van een pgbvoor een zaak wordt bepaald op ten
hoogste de kostprijs van de
5. zaak die de aanvrager op dat moment zou hebben ontvangen als de zaak
in natura zou
5. zijn verstrekt. Voor zover dit geen onderdeel is van het pgb, kan het
bedrag worden
aangevuld met een vergoeding voor onderhoud en verzekering.
Als de naturaverstrekking een tweedehands voorziening betreft, wordt de
kostprijs daarop gebaseerd, met een looptijd gelijk aan de verkorte
termijn waarop de zaak technisch is
afgeschreven, rekening houdend met onderhoud en verzekering.
Als de naturaverstrekking een nieuwe voorziening betreft, wordt de
kostprijs daarop
gebaseerd, rekening houdend met een eventueel door de Dienst te
ontvangen korting en
rekening houdend met kosten van onderhoud en verzekering.
Een cliënt aan wie een pgb wordt verstrekt, kan diensten,
hulpmiddelen, woning-
aanpassingen en andere maatregelen onder de volgende
voorwaarden betreffende het
tarief, betrekken van een persoon die behoort tot het sociaal
netwerk:
het die situaties betreft waarin het de gebruikelijke hulp
overstijgt en dit aantoonbaar tot betere en effectievere
ondersteuning leidt en aantoonbaar doelmatiger is;
dat deze persoon een lager tarief krijgt betaald voor zijn
diensten dan het ingevolge het derde en vierde lid vastgestelde
tarief, en
dat tussenpersonen of belangbehartigers niet uit het pgb mogen
worden betaald.
Een pgb dient door de cliënt binnen zes maanden na toekenning te
worden aangewend ten behoeve van het resultaat waarvoor het is
verstrekt.
Het dagelijks bestuur kan nadere regels stellen met betrekking
tot de voorwaarden van een pgb.
Hoofdstuk 3.
Artikel 12.
Regels voor pgb
Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning 2015 Gemeente Vlieland