Voorschriften en beperkingen
Aan een vergunning als bedoeld in artikel 3 van deze verordening
kunnen voorschriften en beperkingen worden verbonden.
De voorschriften en beperkingen moeten binnen het kader en de
doelstelling van de wet vallen. De doelstelling van de wet is onder
meer evenwicht na te streven tussen het belang van de bescherming
van de kwetsbaren en het belang van voorkoming van
illegaliteit.
Aan een vergunning worden in ieder geval de volgende voorschriften
en beperkingen verbonden:
alleen speelautomaten mogen worden opgesteld, die in
eigendom toebehoren aan personen en instellingen, die in het
bezit zijn van een in artikel 30 h, eerste lid, van de wet
bedoelde vergunning (exploitatievergunning);
op de speelautomaten dient de naam van de eigenaar c.q.
exploitant te zijn vermeld;
speelautomaten moeten duidelijk in het zicht worden
geplaatst in een voor het publiek toegankelijke lokaliteit
van de inrichting;
speelautomaten mogen uitsluitend worden gebruikt gedurende
de tijden, waarop de inrichting voor het publiek geopend mag
zijn;
noch door de vergunninghouder en/of het bij hem in dienst
zijnde personeel, noch door de spelers en/of overige
bezoekers van de inrichting mogen weddenschappen over de
spelers dan wel de uitslag van de spelen worden
afgesloten.
Indien de plaatselijke omstandigheden daartoe aanleiding geven,
worden aan de vergunning voorschriften verbonden ten aanzien van de
wijze van werving en reclame, gericht tot de speler.
De voorschriften en beperkingen kunnen worden gewijzigd, aangevuld
of ingetrokken.