1.Burgemeester en wethouders stellen de subsidie vast binnen dertien (13) weken na de ontvangst van een aanvraag tot subsidievaststelling, tenzij bij subsidieregeling anders is bepaald.
2. Als een aanvraag tot subsidievaststelling niet voor het tijdstip, bedoeld in artikel 15, eerste lid, en artikel 16, eerste lid, is ingediend, kan het college de subsidieontvanger schriftelijk een nieuwe termijn stellen. Wordt de aanvraag niet binnen deze termijn ingediend, dan kan het college overgaan tot ambtshalve vaststelling.