In deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan
onder:
Beroepsvaartuig: vaartuig dat hoofdzakelijk is bestemd en/of
gebruikt wordt voor de uitoefening van enig beroep of bedrijf,
dan wel voor de uitoefening van sociaal-culturele
activiteiten;
College: het college van burgemeester en wethouders van
Lochem;
Gemeente: de gemeente Lochem;
Gemeentelijk vaarwater: het in
eigendom aan de gemeente toebehorend of bij haar in gebruik,
onderhoud of beheer zijnde openbaar vaarwater; onder
openbaar water wordt verstaan
wateren die voor het publiek bevaarbaar zijn of op andere wijze
toegankelijk zijn, niet zijnde wateren die deel uitmaken van een
inrichting als bedoeld in de Wet milieubeheer of de krachtens
deze wet vastgestelde regelingen.
Haven: havens voor
beroepsvaart en pleziervaart die door het college als
zodanig zijn aangewezen;
Werken: alle tot het
gemeentelijk vaarwater en bij de gemeente in eigendom,
gebruik, onderhoud of beheer zijnde behorende kaden,
loswallen, taluds, oevers, beschoeiingen, steigers,
trappen, bruggen, sluizen, meergelegenheden,
scheepshellingen, dokken, scheepsreparatiewerven, los-
en laadplaatsen, bouwwerken of daarmee vergelijkbare
objecten, overige kunstwerken, zowel openbaar als
particulier wanneer deze laatste, al of niet met enige
beperking, voor het publiek toegankelijk zijn;
Havenmeester: degene die
door het college als zodanig is aangewezen
Ligplaats: een plaats waar
vaartuigen kunnen worden afgemeerd en die plaats als zodanig
door het college is aangewezen;
Passantenligplaats: een
ligplaats voor pleziervaart, niet zijnde een zomer-,
winter- of jaarplaats, of voor de beroepsvaart, niet
zijnde voor laad- en losactiviteiten;
Ligplaatshouder: degene op
wiens naam de ligplaatsvergunning staat voor het hebben
of innemen van een ligplaats;
Exploitant: eigenaar,
beheerder, rompbevrachter of ieder ander die zeggenschap
heeft over het gebruik van het schip;
Schipper: degene die de
feitelijke leiding over een vaartuig heeft;
Kapitein: degene die de
feitelijke leiding over een zeeschip voert;
Gevaarlijke stoffen: stoffen die
gevaar voor explosie, brand, corrosie, vergiftiging, bedwelming of
straling kunnen opleveren, zoals vermeld in de International Maritime
Dangerous Goods Code, de (International) Code for the Construction and
Equipment of Ships Carrying Dangerous Chemicals in Bulk, de
(International) Code for the Construction and Equipment of Ships
Carrying Liquified Gases in Bulk of een van de andere codes van de
Internationale Maritieme Organisatie (IMO), dan wel in de ADNR, alsmede
stoffen die bij of krachtens andere wetgeving als zodanig worden
genoemd, dan wel door het college als zodanig zijn aangewezen als
gevaarlijke stoffen;
Scheepsafval: afval, met inbegrip
van residuen, niet zijnde ladingresiduen, en sanitair afval, dat
ontstaat tijdens de bedrijfsvoering van een schip en dat valt
onder de reikwijdte van bijlagen I, IV, V en VI van het
Internationaal Verdrag ter voorkoming van verontreiniging door
schepen, met Protocollen en Bijlagen met Aanhangsels, en met het
op 17 februari 1978 te Londen tot stand gekomen Protocol bij dat
Verdrag met Bijlage en Aanhangsels, alsmede ladinggebonden
afval, zijnde al het materiaal dat aan boord bij de stuwage en
verwerking van de lading als afval overblijft, met inbegrip van
stuwmateriaal, schoorpalen, laadborden, verpakkingsmateriaal,
houten platen, papier, karton, draad en stalen banden;
Ladingresiduen: de restanten van
lading in ruimen of tanks aan boord die na het lossen en
schoonmaken achterblijven, met inbegrip van restanten na lading
of lossing en morsingen;
Ontvangstvoorziening: voorziening
geschikt voor de ontvangst van scheepsafval, overige schadelijke
stoffen of restanten van schadelijke stoffen;
Spudpaal: een verticale buizenconstructie, waarmee schepen
zichzelf kunnen vastleggen.
Bunkeren: overslag van
brandstofolie of smeerolie van een bunkerschip naar een
zeeschip;
Bunkerschip: tankschip gebruikt
voor het bevoorraden van schepen met brandstofolie of
smeerolie;
Bunkercontrolelijst:
bunkercontrolelijst waarin uitsluitend de onderdelen zijn
overgenomen zoals die staan in de Bunkering Safety Check-List
van de International Safety Guide for Oil Tankers and Terminals
(ISGOTT);
Vaartuigen
Vaartuig: alle soorten van
drijvende lichamen, welke wegens hun drijfvermogen worden
gebezigd dan wel bestemd of geschikt zijn voor het vervoer te
water of geschikt zijn voor het vervoer te water van personen
en/of goederen of voor het dragen van al dan niet met het
drijvende lichaam één geheel uitmakende voorwerpen;
Passagiersvaartuig: een
vaartuig, hoofdzakelijk gebruikt voor of bestemd tot
vervoer van personen of om beschikbaar te worden gesteld
aan een of meer personen ten behoeve van varende
recreatie en dat bedrijfsmatig wordt geëxploiteerd;
Pleziervaartuig: vaartuig
dat uitsluitend of hoofdzakelijk is bestemd of wordt
gebruikt voor sportieve of recreatieve doeleinden, niet
zijnde beroeps- of bedrijfsmatige doeleinden;
Verhuurboot: een kano,
waterfiets, al dan niet gemotoriseerde (roei)boot of
daarmee vergelijkbaar vaartuig, dat hoofdzakelijk wordt
gebruikt voor beroeps- of bedrijfsmatige verhuur aan
wisselende personen gedurende korte perioden;
Woonboot: een vaartuig dat
uitsluitend of in hoofdzaak gebezigd wordt of bestemd is
voor bewoning;
Binnenschip: schip, niet
zijnde een zeeschip;
Tankschip: schip, gebouwd
of aangepast en gebruikt voor het vervoer van onverpakte
vloeibare lading in zijn laadruimten;
Zeeschip: schip dat wordt
gebruikt voor de vaart ter zee of dat blijkens zijn
constructie uitsluitend of in hoofdzaak voor de vaart
ter zee is bestemd en elk schip dat is voorzien van een
document, afgegeven door het bevoegde gezag van het land
waar het schip is ingeschreven, waaruit blijkt dat het
geschikt is voor de vaart ter zee.
Zeilplank: klein zeilschip
voorzien van een vrij bewegende zeiltuigage, die is
gemonteerd op een in alle richtingen draaiende mastvoet
en die tijdens het zeilen niet in een vaste positie
wordt ondersteund;
Zomer-, winter- of jaarplaats: een
ligplaats voor pleziervaart die gedurende de periode 1 januari
t/m 31 december (jaarplaats), 1 april t/m 30 september
(zomerplaats) of 1 oktober t/m 31 maart (winterplaats) ingenomen
mogen worden.