Deze verordening verstaat onder:
**a..** markt: de wekelijkse warenmarkt welke krachtens besluit van het college op de daartoe aangewezen plaats, dag en tijd wordt gehouden;
**b..** marktterrein: de gehele oppervlakte van de voor de openbare dienst bestemde grond of, welke bij besluit van het college voor het uitoefenen van de markthandel is of wordt aangewezen;
standplaats: de op en voor de duur van een markt door het college aangewezen ruimte voor het uitoefenen van de markthandel;
vaste plaats: een standplaats die tot wederopzegging beschikbaar wordt gesteld;
dagplaats: een standplaats die per marktdag beschikbaar wordt gesteld;
kwartaal: de periode van 1 januari tot en met 31 maart;
de periode van 1 april tot en met 30 juni;
de periode van 1 juli tot en met 30 september;
de periode van 1 oktober tot en met 31 december.
Artikel 1
Begripsomschrijvingen
Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van marktgelden 2015