1.
Indien het gebruik met een vaartuig van het in
artikel 3 bedoelde vaarwater in de loop van een
abonnementsperiode eindigt kan het abonnement met
toestemming van het college van burgemeester en
wethouders worden overgeschreven op een vervangend
vaartuig.
2.
Indien een vaartuig waarvoor het havengeld bij wijze
van abonnement is geheven, in de loop van de
abonnementsduur wordt vervangen door een vaartuig
met een grotere waterverplaatsing, dan wordt over
het verschil alsnog havengeld geheven. Het nog te
heffen havengeld bedraagt dan het verschil tussen
het havengeld berekend naar de waterverplaatsing van
het vervangende vaartuig en het oorspronkelijk
geheven havengeld, een en ander berekend over de
periode dat er nog volle maanden in het abonnement
overblijven.
3.
Indien een vaartuig, waarvoor het havengeld bij
wijze van abonnement is geheven, in de loop van de
abonnementsduur wordt vervangen door een vaartuig
met een kleinere waterverplaatsing, dan vindt op
verzoek teruggaaf van havengeld plaats voor het
verschil. Het terug te geven havengeld bedraagt dan
het verschil tussen het oorspronkelijk geheven
havengeld en het havengeld berekend naar de
waterverplaatsing van het vervangende vaartuig, een
en ander berekend over de periode dat er nog volle
maanden in het abonnement overblijven.
4.
Indien de belasting bij wijze van abonnement is
geheven, wordt voor een vaartuig dat in de loop van
de abonnementsperiode het gemeentelijke vaarwater
heeft verlaten en daarin door overmacht niet heeft
kunnen terugkeren, op aanvraag ontheffing van
belasting verleend over het aantal volle maanden dat
de overmachtsituatie heeft bestaan. Het bestaan van
overmachtsituatie en de duur daarvan moeten
schriftelijk worden aangetoond.
Hoofdstuk 2
Artikel 10.
Overschrijving, verrekening, teruggaf en ontheffing
Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van haven-, kade- en opslaggelden 2015