Geen havengeld wordt geheven voor:
a.
vaartuigen met bijbehorende roeiboten, welke
onmiddellijk of middellijk in gebruik zijn bij het
rijk voor de naleving of de handhaving van de
scheepvaartreglementen;
b.
c.
vaartuigen met bijbehorende roeiboten, welke
onmiddellijk of middellijk in gebruik zijn voor het
beheer en onderhoud van de haven van de gemeente
Lochem;
vaartuigen behorende aan de gemeente Lochem;
d.
roeiboten, behorende bij vaartuigen, waarvoor
havengeld verschuldigd is;
e.
vrachtschepen, die uitsluitend aanleggen voor het
innemen van levensmiddelen voor eigen gebruik voor
de opvarenden, waarbij de duur van de aanleg vier
uren niet mag overschrijden;
f.
g.
h.
i.
j.
vaartuigen die uitsluitend voor het uitvoeren van
reparaties in gemeentelijk vaarwater
verblijven;
lichters, die in geval van averij aan een vaartuig,
de lading van een dergelijk vaartuig lossen;
sleepboten die niet langer dan vierentwintig uur in
gemeentelijk vaarwater verblijven;
hospitaalschepen, uitsluitend als zodanig in
gebruik;
voor vaartuigen, waarmede uitsluitend gebruik wordt
gemaakt van het gemeentelijk vaarwater voor
doorvaart of om van vaarrichting te veranderen;
k.
indien en voor zover het voortgezet verblijf
uitsluitend een gevolg is van de stremming van de
scheepvaart door ijs of andere meteorologische
omstandigheden of door het onklaar worden van delen
van het Twentekanaal, als sluizen en
dergelijke.
Hoofdstuk 2
Artikel 5.
Vrijstellingen
Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van haven-, kade- en opslaggelden 2015