Bij het opleggen van de tegenprestatie wordt rekening gehouden met de omstandigheden van belanghebbende. Tot de omstandigheden wordt in ieder geval gerekend:
het fysiek en sociaal in staat zijn tot het verrichten van een tegenprestatie;
het verrichten van vrijwilligerswerk;
het verrichten van arbeid in loondienst;
het volgen van een zorg- of re-integratietraject;
de duur van de werkloosheid.
Geen tegenprestatie wordt opgelegd als de belanghebbende vier tot acht uur per week mantelzorg verricht en dit naar het oordeel van het college noodzakelijk wordt geacht.
Geen tegenprestatie wordt opgelegd als belanghebbende vier tot acht uur per week vrijwilligerswerk verricht.