Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 11.

Tekortschietend besef van verantwoordelijkheid

Onderdeel van Afstemmingsverordening gemeente Aalsmeer

Indien een belanghebbende een tekortschietend besef van verantwoordelijkheid voor de voorziening in de noodzakelijke kosten van het bestaan heeft betoond als bedoeld in artikel 18, tweede lid van de wet, wordt de algemene bijstand of bijzondere bijstand welke verleend is met toepassing van artikel 12 van de wet afgestemd op de mate waarin de belanghebbende als gevolg van eigen toedoen of nalatigheid niet beschikt over de middelen om in de noodzakelijke kosten van het bestaan te voorzien. De hoogte van de algemene bijstand wordt verlaagd met 100% van de bijstandsnorm gedurende drie maanden indien de belanghebbende, voorafgaande aan de datum van melding voor bijstand als bedoeld in artikel 44 van de wet, door eigen toedoen algemeen geaccepteerde arbeid niet heeft behouden en als gevolg hiervan er een beroep op bijstand wordt gedaan. In het geval van recidive wordt: indien in de twaalf maanden voorafgaande aan een besluit waarmee de algemene bijstand wordt verlaagd, al een besluit is genomen waarmee de algemene bijstand van de belanghebbende is verlaagd, de periode in het tweede lid drie maanden, of indien in de twaalf maanden voorafgaande aan een besluit waarmee de algemene bijstand wordt verlaagd, al een verlaging heeft plaatsgevonden vanwege een recidivegedraging, de periode in het tweede lid drie maanden. Met een besluit waarmee de algemene bijstand is verlaagd wordt gelijkgesteld het besluit om daarvan af te zien op grond van dringende redenen, als bedoeld in artikel 4, tweede lid. Indien sprake is van onverantwoord interen van het eigen vermogen of het niet of te laat indienen van een aanvraag voor een voorliggende voorziening vindt, in afwijking van het tweede lid, verlaging plaats door: het verstrekken van de algemene bijstand als renteloze lening gedurende de periode dat de belanghebbende als gevolg van zijn gedraging eerder of langer recht heeft op algemene bijstand. Het vertrekken van bijzondere bijstand als renteloze lening indien in een jaar voorafgaand aan het verzoek tot bijzondere bijstand het eigen vermogen onverantwoord is ingeteerd of een voorliggende voorziening door eigen toedoen is misgelopen. Het college kan de periode in afwijking van het tweede lid en derde lid vaststellen. Hierbij houdt het college rekening met de ernst van de gedraging, de mate van verwijtbaarheid en de persoonlijke omstandigheden van de belanghebbende.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel