Onverminderd artikel 4, eerste en tweede lid, vindt de verlaging plaats door het verlagen van de bijstand, bij gedragingen als bedoeld in de artikelen 7 en 8, volgens het bij die categorie geldende percentage van de bijstandsnorm. Deze percentages zijn:
vijf procent van de bijstandsnorm gedurende één maand bij een gedraging van de eerste categorie;
twintig procent van de bijstandsnorm gedurende één maand bij een gedraging van de tweede categorie;
honderd procent van de bijstandsnorm gedurende één maand bij een gedraging van de derde categorie;
honderd procent van de bijstandsnorm gedurende twee maanden bij een gedraging van de vierde categorie;
honderd procent van de bijstandsnorm gedurende drie maanden bij een gedraging van de vijfde categorie.
In het geval van recidive wordt:
het percentage in het eerste lid, onderdelen a en b en de periode in het onderdeel c verdubbeld en de periode in de onderdelen d en e vastgesteld op drie maanden; of
indien in de twaalf maanden voorafgaande aan een besluit waarmee de bijstand wordt verlaagd al een verlaging heeft plaatsgevonden vanwege een recidivegedraging: de bijstand verlaagd met honderd procent van de bijstandsnorm gedurende één maand bij gedragingen van de eerste en tweede categorie en de bijstand verlaagd met honderd procent van de bijstandsnorm gedurende drie maanden bij gedragingen van de derde, vierde en vijfde categorie.
Met een besluit waarmee de bijstand is verlaagd wordt gelijkgesteld het besluit om daarvan af te zien op grond van dringende redenen, bedoeld in artikel 4, tweede lid.
Het college kan het percentage en de periode in afwijking van het eerste en tweede vaststellen indien de omstandigheden daartoe aanleiding geven.
Hoofdstuk
Artikel 9.
Hoogte en duur van de verlaging
Onderdeel van Afstemmingsverordening gemeente Aalsmeer