**1..** De uitkering wordt eenmalig met € 200,-- verlaagd wanneer de belanghebbende naar het oordeel van het college ernstig is tekortgeschoten in:
het in voldoende mate solliciteren;
het meewerken aan een voorziening die in het kader van de wet is aangeboden of die, gezien haar aard en doel, met een voorziening op grond van de Participatiewet gelijk is te stellen;
het verlenen van de medewerking die redelijkerwijs nodig is aan andere aangewezen activiteiten die de zelfstandige bestaansvoorziening bevorderen;
het niet of onvoldoende verrichten van een door het college opgedragen tegenprestatie naar vermogen als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onderdeel c, van de Participatiewet;
arbeidsinschakeling;
het niet verschijnen op een oproep voor een medisch onderzoek, een bezoek aan een re-integratiebedrijf of een oproep in het kader van de voortgang van een traject;
het onvoldoende meewerken aan het wegnemen van belemmeringen;
het betonen van verantwoordelijkheid voor de voorziening in het bestaan.
**2..** Indien de aanspraak op bijstand over de maand waarover de afstemming plaatsvindt, minder bedraagt dan de vastgestelde verlaging zal het bedrag van de verlaging over een langere periode worden toegepast.
**3..** Van een verlaging als bedoeld in het eerste lid kan worden afgezien en worden volstaan met een schriftelijke waarschuwing, tenzij het niet of niet behoorlijk nakomen van de verplichting plaatsvindt binnen een periode van 12 maanden te rekenen vanaf de datum waarop eerder aan de belanghebbende een schriftelijke waarschuwing is gegeven.
Hoofdstuk 2
Artikel 9
Ernstig tekortschieten
Onderdeel van Afstemmingsverordening Participatiewet, Ioaw en Ioaz