Er kan door een ingeschrevene of ingezetene aangifte van een briefadres worden gedaan.
Redenen voor de aangifte van een briefadres zijn:
het ontbreken van een woonadres ( artikel 2.23 wet BRP) vanwege:
dak- of thuisloosheid;
korte overbrugging tussen twee woonadressen;
de uitoefening van een ambulant beroep;
kort verblijf in het buitenland: gedurende een jaar ten hoogste twee derden van de tijd
korter dan 2 jaar verblijf in het buitenland en varend op een schip dat de thuishaven in Nederland heeft;
verblijf in een instelling voor mannen- of vrouwenopvang, zoals blijf-van-mijn-lijfhuizen (artikel 2.40 Wet BRP);
verblijf in een instelling als bedoeld in artikel 2.40 derde en vierde lid van de wet;
indien naar het oordeel van de burgemeester het opnemen van een woonadres om veiligheidsredenen niet wenselijk is (artikel 2.41 wet BRP). Een indicatie kan bijvoorbeeld een risicoanalyse van de politie zijn.