Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 2Procedureregels,

Artikel 14 Controle persoonsgebonden budget

Artikel 14 Controle persoonsgebonden budget

Onderdeel van Nadere regels Wmo opvang en beschermd wonen gemeente Voerendaal 2015

Het college onderzoekt uit het oogpunt van kwaliteit van de geleverde zorg, al dan niet steekproefsgewijs, de bestedingen van het persoonsgebonden budget. Een ieder die een persoonsgebonden budget heeft gekregen, kan gevraagd worden verantwoording af te leggen over de besteding en inzet van het budget. Het persoonsgebonden budget kent een vrij besteedbaar bedrag, waarover geen verantwoording noodzakelijk is. Dit bedraagt € 100,00 per jaar. Dit budget kan gebruikt worden voor bijkomende kosten, zoals telefoonkosten, kosten voor de VOG-verklaring en scholing. Op basis van een steekproef wordt bij minimaal 10% van de budgethouders een controle gehouden. De groep bestaat uit budgethouders waarbij de Sociale Verzekeringsbank bijzonderheden heeft gesignaleerd, aangevuld met een aselecte steekproef uit de budgethouders, die betalingen hebben ontvangen van de Sociale Verzekeringsbank en waarbij geen bijzonderheden zijn gesignaleerd. Indien uit de controle blijkt dat de budgethouder: a. niet heeft voldaan aan de voorwaarden en criteria zoals genoemd in artikel 12; b. het persoonsgebonden budget niet heeft besteed aan de ondersteuning waarvoor het bedoeld is; c. de gegevens van de Sociale Verzekeringsbank en de bij de controle overlegde gegevens niet overeen komen, volgt er bij het volgende verantwoordingsmoment een vervolgcontrole. Indien uit de vervolgcontrole blijkt dat het persoonsgebonden budget wederom onrechtmatig besteed en/of niet aan de voorwaarden en criteria zoals genoemd in artikel 11 wordt voldaan, zal de verstrekkingsvorm omgezet worden naar Zorg-in-Natura (ZiN). Als de budgethouder bij de controle het budget niet of niet volledig kan verantwoorden, wordt het niet verantwoorde deel teruggevorderd. Bij budgethouders, waarmee in het kader van toepassing van het zevende lid een terugbetalingsregeling is afgesproken, die langer duurt dan twaalf maanden, zal wederom een controle uitgevoerd worden. HOOFDSTUK 4 BIJDRAGEN VOOR OPVANG EN BESCHERMD WONEN Artikel 15 Bijdrage voor opvang Gedurende de eerste zes weken geldt voor opvang als algemene voorziening per maand een door de cliënt te betalen bijdrage, die gelijk is aan het verschil tussen de uitkering op grond van de Participatiewet, die voor cliënt geldt of zou gelden en de in die wet benoemde “normen in inrichting”; Daarna gelden voor opvang als maatwerkvoorziening, onverminderd het bepaalde in artikel 3.20 van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015, de volgende bijdragen: Dag- en nachtopvang De Klomp (instelling: gemeente Heerlen):Het verschil tussen het inkomen van de cliënt en de in de Participatiewet benoemde “normen in inrichting”; Pension Mijnzicht (instelling: Koraalgroep, Stichting Gastenhof):Een bedrag van € 10 per dag; Heugderlicht Landgraaf (instelling: Levantogroep, Stichting RIMO):– crisisopvang en moederopvang: per dag € 19,50 voor een volwassene, € 7,85 voor een kind van 10-18 jaar en € 5,25 voor een kind jonger dan 10 jaar,– woontraining: per maand € 448,00 voor cliënten vanaf 21 jaar en € 321,26 voor cliënten tussen 18 en 21 jaar. Blijf van m’n lijf - huis (Stichting Blijf van m’n Lijf Heerlen):per dag een eigen bijdrage van € 8,00 voor vrouwen van 23 jaar en ouder, € 7,00 voor vrouwen van 22 jaar, € 6,00 voor vrouwen van 21 jaar en € 5,50 voor vrouwen van 20 jaar of jonger. Artikel 16 Bijdrage voor beschermd wonen Voor cliënten die gebruik maken van de maatwerkvoorziening beschermd wonen geldt de te betalen eigen bijdrage volgens artikelen 3.11 tot en met 3.19 van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel