Naar hoofdinhoud
In deze verordening wordt verstaan onder: haven: de havens die in eigendom, beheer of gebruik zijn bij de gemeente kaden: de bij de haven behorende, voor de openbare dienst bestemde kaden en wallen van de gemeente voor de opslag van geloste of ter inlading aangevoerde zaken; vaartuig: elk voorwerp, dienende tot vervoer te water, met inbegrip van lichterschepen, vlotten, botenhuizen en woonschepen; schipper: hij/zij die aan boord van enig vaartuig het gezag voert of feitelijk met de uitvoering daarvan belast is; waterverplaatsing: de in volumen uitgedrukte waterverplaatsing van een vaartuig tussen het vlak van de grootste toegelaten diepgang en het vlak van inzinking bij ledige toestand; lengte: de afstand, gemeten tussen voorsteven en achtersteven, met inbegrip van uitstekende delen van het vaartuig; breedte: de afstand op het grootspant, met inbegrip van uitstekende delen van het vaartuig; havenmeester: de ambtenaar aan wie het toezicht op de haven en de kaden is opgedragen of diens plaatsvervanger;

Rechtspraak bij dit artikel