Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 12

De verleningsbeschikking

Onderdeel van Verordening Tegemoetkoming Wet kinderopvang gemeente Rijswijk 2005

Het besluit is een beschikking in de zin van titel 4.1 van de Algemene wet bestuursrecht. Dit betekent dat tegen het besluit bezwaar kan worden gemaakt en beroep kan worden ingesteld. Motivering is derhalve een belangrijk punt. In ieder geval dient de doelgroep waartoe de ouder behoort in de beschikking te worden opgenomen alsmede de naam en geboortedatum van het kind waarop de tegemoetkoming betrekking heeft. Als de noodzaak van kinderopvang op grond van een sociaal-medische indicatie is vastgesteld, is in de beschikking aangegeven hoeveel uren kinderopvang noodzakelijk wordt geacht. Het besluit over de noodzakelijke omvang van de kinderopvang vormt de grondslag voor de aanvraag voor een tegemoetkoming van de gemeente. Ook moet in het besluit de geldigheidsduur van de indicatie worden vermeld. Deze verplichting staat in het vierde lid van artikel 23 van de wet. Het kan gaan om een geldigheidsduur voor een beperkte termijn, maar ook een geldigheidsduur voor onbepaalde tijd. In het indicatieadvies zal hierover ook een uitspraak moeten worden gedaan. Onderdeel f bepaalt dat in de beschikking wordt aangegeven hoe het bedrag van de tegemoetkoming wordt vastgesteld. In de beschikking moet onder andere de wijze van uitbetaling van de tegemoetkoming worden vermeld (onderdeel g). Artikel 13 van de verordening bepaalt dat de uitbetaling plaatsvindt in de vorm van maandelijkse voorschotten. Onderdeel h schrijft voor dat in de beschikking de verplichtingen van de ouder worden opgenomen. Daarbij moet worden gedacht aan de informatieverplichtingen (zie artikel 16) en de verplichting om een overzicht te verstrekken van de feitelijke kosten van kinderopvang op basis van een door het kinderopvangcentrum verstrekte eindafrekening:

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel