Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 9

Ingangsdatum en tegemoetkoming

Onderdeel van Verordening Tegemoetkoming Wet kinderopvang gemeente Rijswijk 2005

Dit artikel bepaalt de ingangsdatum van verstrekking van de tegemoetkoming. Er zijn twee ingangsdata mogelijk: De datum waarop de aanvraag voor een tegemoetkoming door de gemeente in ontvangst is genomen (lid 1). In deze situatie zal de ouder op het moment dat hij zijn aanvraag indient reeds kinderopvang hebben. De datum waarop de kinderopvang van start gaat. Lid 2 bepaalt dat er alleen een tegemoetkoming wordt verleend als er kinderopvang plaatsvindt. Dit artikel bepaalt dat er geen tegemoetkoming wordt verstrekt voor de kosten van kinderopvang die plaatsvindt voordat een aanvraag voor een tegemoetkoming bij de gemeente is ingediend. Een aanvraag wordt door de gemeente in ontvangst genomen wanneer deze voldoet aan de vormvereisten van artikel 4:1 en 4:2 Awb. Dit betekent dat een aanvraag: schriftelijk moet worden ingediend, moet zijn ondertekend, de naam en adres van aanvrager dient te bevatten, een aanduiding moet geven van de beschikking die wordt gevraagd. De uitbetaling van de tegemoetkoming vindt pas plaats vanaf het moment dat het besluit tot verlening van de tegemoetkoming is genomen. De betaling vindt dan met terugwerkende kracht plaats tot de datum waarop de aanvraag in ontvangst is genomen. De ingangsdatum van verstrekking van de tegemoetkoming is ook van toepassing op aanvragen voor uitbreiding van het aantal uren kinderopvang. De verhoogde tegemoetkoming wordt verstrekt vanaf het moment dat de aanvraag daarvoor door het college in ontvangst is genomen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel