Deze verordening wordt aangehaald als: de Afstemmingsverordening IOAW en IOAZ 2015.
Algemene toelichting
Met de inwerkingtreding van de Wet bundeling van uitkeringen inkomensvoorziening aan gemeenten (Wet BUIG) op 1 januari 2010, werd het aantal landelijke regels rondom bijstand en de kleinere regelingen IOAW, IOAZ en Bbz verder ingeperkt en werd aan gemeenten gevraagd zelf beleidsregels op te stellen, zo ook voor het afstemmingsbeleid voor de IOAW/IOAZ, dat voorheen geregeld was bij AMvB.
De Afstemmingsverordening IOAW/IOAZ bevat nog de nodige verwijzingen naar de Wet werk en bijstand die per 1 januari 2015 wordt vervangen door de Participatiewet.
Deze nieuwe afstemmingsverordening is daarom vooral tekstueel aangepast aan de komende Participatiewet.
Inhoudelijk sluit de verordening zo veel mogelijk aan bij het afstemmingsregime dat onder de WWB gold en straks ook onder de Participatiewet zal gelden. Een uitzondering vormt de afstemming na schending van zogenoemde uniforme verplichtingen. Afstemming berust hier exclusief op de Participatiewet.
Daar staat tegenover dat de IOAW en IOAZ nog steeds, dus ook in afwijking van de komende Participatiewet, een aantal situaties onderscheiden waarbij het mogelijk is de uitkering (gedeeltelijk) blijvend te weigeren. De IOAW en IOAZ vormen immers nog steeds specifieke wetten waarin werkloosheid een centrale rol speelt en hebben daarmee niet het sluitstukkarakter van de Participatiewet. Verwijtbare werkloosheid, het niet aanvaarden van algemeen geaccepteerde arbeid of het door eigen toedoen niet verkrijgen van algemeen geaccepteerde arbeid worden daardoor zwaar aangerekend. Dat kwam destijds ook tot uitdrukking in de oude AMvB (Maatregelenbesluit Abw, IOAW en IOAZ). Bij weigering van de uitkering blijft de Participatiewet natuurlijk altijd het vangnet.
Artikelsgewijze toelichting
Hoofdstuk 6:
Artikel 16:
Citeertitel
Onderdeel van Afstemmingsverordening IOAW en IOAZ Maastricht-Heuvelland 2015