Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:
Awb: de Algemene wet bestuursrecht, de Wet van 4 juni 1992 (Stb.315), zoals die luidt ten tijde van de vaststelling van de verordening.
Subsidieontvanger: de organisatie aan wie op grond van deze verordening door het college subsidie wordt verleend.
Subsidieaanvrager: de organisatie die op grond van deze verordening subsidie aanvraagt bij het college.
College: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Zoetermeer
Subsidie: een subsidie als bedoeld in artikel 4:21 Awb te weten “financiële middelen, door een bestuursorgaan verstrekt met het oog op bepaalde activiteiten van de aanvrager, anders dan als betaling voor aan het gemeentebestuur geleverde goederen of diensten”.
Subsidieplafond: het bedrag dat gedurende een bepaald tijdvak ten hoogste beschikbaar is voor de verstrekking van gemeentelijke subsidies.
Organisatie: elke privaatrechtelijke rechtspersoon, die een programma van activiteiten en diensten voor buurt- en wijkwerk aanbiedt en die van de gemeente langdurig ruimte in een wijk- of buurtcentrum huurt.
Activiteitenplan: het programma van activiteiten en diensten over een kalenderjaar, dat wordt aangeboden door de subsidieaanvrager en waarvoor subsidie wordt gevraagd.
Activiteit: elke vorm van handelen door een privaatrechtelijk rechtspersoon, die de gemeente in het kader van deze verordening van belang acht.
Wijk- en buurtwerk: sociaal-culturele activiteiten en diensten, die in of vanuit een buurt- of wijkcentrum worden aangeboden en zijn gericht op de realisering van maatschappelijke doelen en op de bevrediging van de behoeften van de doelgroep.
Maatschappelijke doelen: door de raad in het kader van het wijk- en buurtwerk vastgestelde doelen.
Doelgroep: bewoners uit de eigen wijk en/of buurt en in het bijzonder vertegenwoordigers uit door het college te bepalen groeperingen.
Wijk- of buurtcentrum: de door het college aangewezen sociaal-culturele accommodatie ten behoeve van de uitvoering van wijk- en buurtwerk.
Huur: de zuivere vergoeding voor het gebruik van de ruimte exclusief bijkomende lasten voor verzekeringen, verbruik water en energie, onderhoud, belastingen en overige huisvestingskosten
Bezettingsnorm: het minimaal aantal dagdelen per week dat berekend over een jaar ten behoeve van wijk- en buurtwerk wordt benut. De bezettingsnorm is vastgesteld op 15 dagdelen per week.