Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 11

Gedragingen die de inschakeling in arbeid belemmeren.

Onderdeel van Afstemmingsverordening Participatiewet, IOAW, IOAZ

1.. Tot de eerste categorie behoort de volgende gedraging: het zich niet als werkzoekende inschrijven bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, dan wel de inschrijving niet of niet tijdig verlengen. 2.. Tot de tweede categorie behoren de volgende gedragingen: het niet of onvoldoende nakomen van de verplichting tot gebruik maken van een voorziening, anders dan bedoeld in artikel 18 vierde lid onder h Participatiewet, waaronder begrepen het niet of onvoldoende meewerken aan een onderzoek naar de mogelijkheden tot arbeidsinschakeling, voor zover dit niet heeft geleid tot het geen doorgang vinden of tot voortijdige beëindiging van de voorziening; het niet of onvoldoende meewerken aan het opstellen, uitvoeren en evalueren van een plan van aanpak als bedoeld in artikel 44a van de Participatiewet,voor zover het gaat om een belanghebbende jonger dan 27 jaar, waaronder begrepen het niet of onvoldoende meewerken aan een onderzoek naar de mogelijkheden tot arbeidsinschakeling, voor zover dit niet heeft geleid tot het geen doorgang vinden of tot voortijdige beëindiging van de afspraken in het plan van aanpak; het onvoldoende nakomen van verplichtingen als bedoeld in de artikelen 9, eerste lid, of 55 van de Participatiewet, voor zover het gaat om een belanghebbende jonger dan 27 jaar, gedurende vier weken na een melding als bedoeld in artikel 43, vierde en vijfde lid, van de Participatiewet, voor zover deze verplichtingen niet worden genoemd in artikel 18, vierde lid, van de Participatiewet.; Het niet naar vermogen trachten algemeen geaccepteerde arbeid te verkrijgen; Het niet of onvoldoende meewerken aan een onderzoek naar de mogelijkheden tot arbeidsinschakeling; Het niet of onvoldoende nakomen van afspraken die zijn gemaakt in het kader van de re-integratie ; waaronder begrepen het te weinig verrichten van sollicitatieactiviteiten. Voor zover de gedragingen genoemd onder sub d1, d2, en d3 van dit lid niet hebben geleid tot het geen doorgang vinden of tot het voortijdige beëindiging van de afspraken die zijn gemaakt in het kader van re-integratie. 3.. Tot de derde categorie behoort de volgende gedraging: het zodanig laten blijken, uit houding of gedrag, dat de verplichtingen op grond van artikel 9 eerste lid onder b van de wet, niet worden nagekomen waardoor de ontheffing op grond van artikel 9a eerste lid van de alleenstaande ouder wordt ingetrokken zoals bedoeld in artikel 9a vijfde lid onder d van de wet.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel