Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 13

Het betonen van tekortschietend besef van verantwoordelijkheid voor de voorziening in het bestaan

Onderdeel van Afstemmingsverordening Participatiewet, IOAW, IOAZ

Indien een belanghebbende blijk geeft van tekortschietend besef van verantwoordelijkheid voor de voorziening in het bestaan kan een maatregel worden opgelegd uit de tweede categorie. In dit geval kan de standaardperiode genoemd in het tweede lid onderdeel c van artikel 10 van deze verordening afwijkend worden vastgesteld en gelijkgesteld aan de periode waarop een beroep op bijstand wordt gedaan vanwege dit tekortschietend besef van verantwoordelijkheid. In afwijking van het eerste lid kan bij het door eigen toedoen niet behouden van algemeen geaccepteerde arbeid een maatregel uit de derde categorie worden opgelegd. In afwijking van het eerste lid kan bij het door eigen toedoen niet starten of voortzetten van uit ’s Rijks kas bekostigd onderwijs een maatregel uit de derde categorie worden opgelegd gedurende de periode dat dit onderwijs had kunnen plaatsvinden. In afwijking van het eerste lid kan bij incidentele of periodieke bijzondere bijstand een maatregel worden opgelegd wanneer er sprake is van betoond tekortschietend besef van verantwoordelijkheid voor de voorziening in het bestaan. De hoogte van de maatregel is afhankelijk van het betoonde tekortschietend besef van verantwoordelijkheid voor de voorziening in het bestaan.

Rechtspraak bij dit artikel