Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 3.3

| Beeldkwaliteit buitenruimte

Onderdeel van Welstand De Ronde Venen

Entree- en bebouwingszone Het oostelijk deel van het perceel is de entree tot het gebied. In aansluiting op de representatieve kopgevel krijgt ook de buitenruimte hier een hoogwaardige invulling. Tussen de nieuwe bebouwing en de lintpercelen vormt deze zone zowel van noord naar zuid als van oost naar west een landschappelijke overgang. Van oost naar west is er een overgang van de bestaande schuur via het parkeerterrein naar bosschages die de longeerbak en het parkeren afschermen en vervolgens naar een pleinruimte voor de kopgevel van het gebouw. Van noord naar zuid is er sprake van een geleidelijke overgang van het aangrenzende bosperceel naar het open landschap. Die overgang vindt plaats door toepassing van bosschages aan de noordzijde, een hoogstamboomgaard ten zuiden daarvan en vervolgens via de open watergang een open weidelandschap met een enkele boomgroep. Parkeerplaatsen krijgen een plek achter de bestaande schuur. Deze worden omkaderd met groen door middel van gebiedseigen afschermende heesters, hagen en bosschages. De parkeerplaatsen zelf bestaan uit halfverharding of groene verharding. De stapmolen/longeerbak maakt deel uit van de entreezone. Afrasteringen bestaan uit ranke houten hekwerken in aansluiting op het hout van de gevels. De verharding voor de kopgevel bestaat uit halfverharding of gebakken klinkers zodat een hoogwaardig beeld ontstaat passend bij de ambities van deze handelsstal. Overige buitenruimten en oevers De zuidelijke kavelslag krijgt een invulling als open weiland met bloem- en kruidenrijk grasland. Verharding en bebouwing wordt hier verwijderd. Toevoegen van bomen of erfbeplanting is hier, met uitzondering een enkele boomgroep als overgang naar het woonperceel niet wenselijk. De sloten blijven grotendeels in hun huidige vorm behouden waardoor het slagenlandschap gewaarborgd blijft. De noordelijke oever van de centrale watergang wordt geaccentueerd als landschappelijk lijnelement met knotwilgen. Daarnaast komt er hier een diversiteit aan oeverzones met afwisselend oeverbeplanting en grasland dat tot de waterlijn reikt. Op het noordelijke kaveldeel komt er achter de bebouwing, aansluitend op de achtersloot, een poel die een habitat is voor diverse soorten flora en fauna en bijdraagt aan vergroting van de biodiversiteit. De noordelijke sloot krijgt eenzelfde diversiteit aan oeverzones als de centrale watergang met afwisselend oeverbeplanting en grasland dat tot de waterlijn reikt, hier echter zonder de knotwilgen. Voorzieningen voor mestopslag vinden plaats onder het gebouw zodat de buitenruimte open en groen blijft. Woonperceel Het woonperceel op nummer 24a grenst met de achtertuin aan het open landschap. Er vindt een zachte overgang tussen privétuin en landschap plaats. Er komen hier daarom geen bomenrijen, afschermende hagen of gebouwde erfafscheidingen. In plaats daarvan vindt de overgang plaats via een meer transparant, landschappelijk element. Bijvoorbeeld een kleine boomgaard of een enkele boomgroep. Aan de voorzijde van de bedrijfswoning op 24b komt een landschappelijke boom ter accentuering van het groene beeld aan het lint. Het perceel van de bedrijfswoning grenst aan de entree tot de paardenhouderij. De erfgrens langs deze entree wordt ter afscherming voorzien van een gebiedseigen haag, heestergroep of bomenrij.

Rechtspraak bij dit artikel