Op grond artikel 231 van de Gemeentewet en artikel 65 van de Algemene wet rijksbelastingen (hierna: AWR) kan de heffingsambtenaar een onjuiste belastingaanslag ambtshalve verminderen.
Daarnaast kan hij ambtshalve een in de belastingwet voorziene vermindering, ontheffing of teruggaaf verlenen.
In de hier vastgestelde beleidsregels is de termijn waarbinnen de belastingplichtige aanspraak kan maken op het ambtshalve verlenen van vermindering van belasting afgestemd op de termijn waarbinnen op grond van artikel 11 van de AWR een aanslag kan worden opgelegd, te weten uiterlijk drie jaar na het tijdstip waarop de belastingschuld is ontstaan.
HOOFDSTUK 3.
Artikel 3.1.
Algemeen.
Onderdeel van Beleidsregels heffing gemeentelijke belastingen en uitvoering wet woz