In dit besluit wordt verstaan onder:
Wet: Wet maatschappelijke ondersteuning;
Norminkomen: het inkomen als bedoeld in hoofdstuk 3, artikel 20 t/m 30 van de Wet, Werk en Bijstand;
Inkomen: het netto inkomen vermeerderd met de vakantietoelage wat de ondersteuningsvrager per maand ontvangt;
Verzamelinkomen: het totaal aan inkomen uit Box 1, 2 en 3 van de Wet op de Inkomstenbelasting 2001;
Normbedrag: een forfaitaire of gemaximeerde vergoeding;
Ondersteuningsvrager: persoon met een aantoonbare lichamelijke beperking, een chronisch psychisch probleem en/of psychosociaal probleem, of diens wettelijke vertegenwoordiger;
Voorziening: een voorziening in de vorm van huishoudelijke verzorging, een vervoersvoorziening, een woonvoorziening of een rolstoelvoorziening;
Algemene voorziening: een voorziening die wordt geleverd op basis van directe beschikbaarheid, een niet uitvoerige toegangsbeoordeling en die een snelle, regelarme en adequate oplossing biedt voor de beperkingen die een ondersteuningsvrager ondervindt;
Individuele voorziening: een voorziening die individueel wordt aangeboden indien een algemene voorziening geen adequate oplossing biedt;
Voorziening in natura: een voorziening die in eigendom, in bruikleen, in huur of in de vorm van persoonlijke dienstverlening wordt verstrekt;
Persoonsgebonden budget: een geldbedrag waarmee de ondersteuningsvrager een of meer aan hem te verlenen voorzieningen kan verwerven;
Huishoudelijke verzorging: een voorziening gericht op het ondersteunen bij of het overnemen van activiteiten op het gebied van het verzorgen van het huishouden van een ondersteuningsvrager dan wel van de leefeenheid waartoe deze persoon behoort;
Rolstoelvoorziening: een voorziening gericht op het opheffen van beperkingen bij het verplaatsen in en om de woning waarvan het rijden een primaire functie is;
Budgethouder: een ondersteuningsvrager, dan wel zijn wettelijk vertegenwoordiger, aan wie ingevolge de Verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning een persoonsgebonden budget is toegekend en die aan het College verantwoording over de besteding van het persoonsgebonden budget verschuldigd kan zijn;
Financiële tegemoetkoming: een tegemoetkoming in de kosten van een voorziening welke kan worden afgestemd op het inkomen van de ondersteuningsvrager;
Eigen bijdrage: een door het College vast te stellen bijdrage, die bij de verstrekking van een voorziening in natura of in de vorm van een persoonsgebonden budget, voor rekening van de ondersteuningsaanvrager komt en waarop de regels van het Besluit maatschappelijke ondersteuning van toepassing zijn;
Eigen aandeel: een door het College vast te stellen eigen aandeel in de kosten, dat bij de verstrekking van een financiële tegemoetkoming voor rekening van de ondersteuningsaanvrager komt en waarop de regels van het Besluit maatschappelijke ondersteuning van toepassing zijn;
Algemeen gebruikelijk: naar geldende maatschappelijke normen tot het gangbare gebruik van een ondersteuningsvrager behorend;
Meerkosten: kosten van een mogelijk krachtens de wet te verlenen voorziening, voor zover dit deel van de kosten uitgaat boven voor de ondersteuningsvager als algemeen gebruikelijk te beschouwen kosten van een dergelijke voorziening;
Gebruikelijke zorg: de normale, dagelijkse ondersteuning die partners en inwonende kinderen geacht worden elkaar onderling te bieden, omdat ze als leefeenheid een gezamenlijk huishouden voeren en op die grond een gezamenlijke verantwoordelijkheid hebben voor het functioneren van een huishouden;
Mantelzorg: langdurige zorg die niet in het kader van een hulpverlenend beroep wordt geboden aan een hulpbehoevende door personen uit diens directe omgeving waarbij zorgverlening rechtstreeks voortvloeit uit een sociale relatie en de gebruikelijke zorg van huisgenoten voor elkaar overstijgt;
Woningaanpassing: ingreep van bouw- of woontechnische aard die is gericht op het opheffen of verminderen van ergonomische beperkingen die een ondersteuningsvrager ondervindt bij het normale gebruik van zijn woonruimte. Tevens vallen hieronder de aanpassingen aan gemeenschappelijke ruimten die noodzakelijk zijn om de individuele woning van de ondersteuningsvrager te kunnen bereiken;
Gemeenschappelijke ruimte: gedeelte(n) van een woongebouw, niet behorende tot de onderscheiden woningen, bestemd en noodzakelijk om de woning van de ondersteuningsvrager vanaf de toegang van het woongebouw te bereiken; en ruimten die onder het gehuurde vallen en/of waarvan de ondersteuningsvrager gebruik moet kunnen maken;
Hoofdverblijf: de woonruimte waar de ondersteuningsvrager zijn vaste woon- en verblijfplaats heeft en op welk adres de ondersteuningsvrager in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens staat ingeschreven;
Tweede verblijf: de woonruimte in de gemeente Bergen op Zoom waar de ondersteuningsvrager regelmatig verblijft naast zijn hoofdverblijf in een AWBZ-inrichting;
Woonwagen: voor woning ingerichte wagen,die is geplaatst op een standplaats en die in zijn geheel of in delen kan worden verplaatst;
Standplaats: een kavel, bestemd voor het plaatsen van een woonwagen, waarop voorzieningen aanwezig zijn die op het leidingnet van openbare nutsbedrijven, andere instellingen of van gemeenten kunnen worden aangesloten;
Hoofdstuk 1
Artikel 1.1
Begripsbepalingen
Onderdeel van Besluit voorzieningen maatschappelijke ondersteuning 2010