**1..** In deze beleidsregel wordt verstaan onder
de wet: de Participatiewet;
bijstand: algemene en bijzondere bijstand volgens de wet;
belanghebbende: de persoon die recht heeft op bijstand op grond van de wet;
het college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Brummen;
geldlening: geldlening als bedoeld in artikel 50 lid 2 van de wet;
krediethypotheek: een te vestigen zekerheidsrecht in de vorm van een hypotheek dan wel pandrecht indien bijstand in de vorm van een geldlening wordt verleend;
pandrecht: het recht van pand op roerende zaken, bedoeld in artikel 3:227 BW;
registergoed: een goed als bedoeld in artikel 3:10 BW;
woning: het woonhuis, woonschip of de woonwagen welke door belanghebbende en, indien van toepassing, zijn gezin wordt bewoond en waarvan hij eigenaar is.
**2..** Alle begrippen die in deze beleidsregels worden gebruikt en die niet nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de Participatiewet en de Algemene wet bestuursrecht.
**3..** De regels die in deze beleidsregels zijn opgenomen over het vestigen van een hypotheek, worden op vergelijkbare wijze toegepast ten aanzien van het vestigen van een pandrecht.
Hoofdstuk 1
Artikel 1.
Begripsbepalingen
Onderdeel van Beleidsregel krediethypotheek Participatiewet 2015 Brummen