Het college maakt een onderscheid tussen formele en informele zorg.
Ondersteuning die bij een aanbieder of zelfstandig werkende hulp wordt afgenomen geldt een hoger tarief dan de ondersteuning die informeel wordt georganiseerd.
Het college hanteert de volgende normen bij de bepaling van de hoogte van het PGB:
De pgb-budgetten worden afgeleid van de tarieven die voor volwassenen voor zorg
in natura (zin) worden gehanteerd.
Voor de normering van ondersteuning bij het huishouden, rolstoel en vervoer en woonvoorzieningen hanteert het college de tarieven en normbedragen in het Besluit individuele voorzieningen maatschappelijke ondersteuning gemeente Assen 2012 als basis.
Voor de normering van begeleiding, dagbesteding en logeren en beschermd wonen hanteert het college de tarieventabellen persoonsgebonden budget 2014 van het College voor zorgverzekeringen als basis.
Voor overgangscliënten vanuit de AWBZ als ook de huidige Wmo geldt het tarief 2014 ook voor 2015.
Voor begeleiding, dagbesteding en logeren geldt dat nieuwe cliënten die professionals willen inzetten het nieuwe tarief 85% van het tarief in 2014 is.
Voor beschermd wonen geldt dat nieuwe cliënten die professionals willen inzetten het nieuwe tarief 95 % van het tarief in 2014 is.
Het college bepaalt de hoogte van het PGB vast aan de hand van de Financiële bijlage PGB Maatwerkvoorzieningen 2015.
HOOFDSTUK 4.
Artikel 4.5
Hoogte PGB
Onderdeel van Besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Assen 2015