**1..** Onverminderd artikel 2, lid 2 wordt de hoogte en duur van de maatregel die hoort bij een verwijtbare gedraging als omschreven in artikel 9 vastgesteld op:
tien procent van de grondslag gedurende een maand bij gedragingen van de eerste categorie;
twintig procent van de grondslag gedurende een maand bij gedragingen van de tweede categorie;
dertig procent van de grondslag gedurende een maand bij gedragingen van de derde categorie;
honderd procent van de grondslag gedurende twee maanden bij gedragingen van de vierde categorie met dien verstande dat bij het niet behouden van de dienstbetrekking of het niet aanvaarden dan wel verkrijgen van algemeen geaccepteerde arbeid van geringe omvang, de hoogte van de maatregel wordt vastgesteld naar de mate waarin belanghebbende inkomen heeft verloren of zou hebben kunnen verwerven.
**2..** De duur van de maatregel als bedoeld in lid 1 wordt verdubbeld, indien belanghebbende zich binnen twaalf maanden na de vorige als verwijtbaar aangemerkte gedraging opnieuw schuldig maakt aan een verwijtbare gedraging uit dezelfde of een hogere categorie.
**3..** Bij volharding in een verwijtbare gedraging en voorts nadat twee eerdere maatregelen zijn opgelegd voor dezelfde gedraging, wordt tevens de hoogte van de maatregel verdubbeld.
Hoofdstuk 2.
Artikel 10.
De hoogte en duur van de maatregel
Onderdeel van Maatregelenverordening IOAW en IOAZ 2010