**1..** Als een eigen woning wordt bewoond waarvan de woonkosten niet hoger zijn dan het van toepassing zijnde bedrag, genoemd in artikel 13 van de Wet op de huurtoeslag, dan kan een toeslag worden verstrekt. De toeslag is gelijk aan de huurtoeslag die volgens de Wet op de huurtoeslag zou worden ontvangen bij het bewonen van een huurwoning met een rekenhuur gelijk aan de woonkosten. De toeslag wordt alleen verstrekt, indien van belanghebbende in redelijkheid niet verlangd kan worden dat hij de woning verkoopt en een huurwoning betrekt. Als van belanghebbende in redelijkheid wel verlangd kan worden dat hij de woning verkoopt en een huurwoning betrekt, kan tijdelijk een toeslag worden verstrekt.
**2..** Onder woonkosten genoemd in het eerste lid wordt verstaan de tot een bedrag per maand herleide kosten die de eigenaar verschuldigd is voor:
hypotheekrente;
eigenaarsdeel onroerende zaakbelasting;
waterschapslasten;
rioolrecht;
brand- en opstalverzekering;
een forfaitair bedrag per jaar voor de normale periodieke onderhoudskosten die bij een huurwoning voor rekening van de verhuurder komen;
erfpachtcanon;
eventuele servicekosten; te verminderen met alle tegemoetkomingen voor deze kosten uit enige andere bron.
**3..** Op de te verstrekken toeslag wordt de draagkracht in mindering gebracht. In afwijking van artikel 3 lid 2 van deze beleidsregel wordt bij de vaststelling van de woonkostentoeslag het inkomen van betrokkene boven de voor hem geldende bijstandsnorm volledig als draagkracht in aanmerking genomen.
**4..** Geen woonkostentoeslag wordt verstrekt indien de belanghebbende bij het aangaan van de woonlasten een dusdanig inkomen had, of te verwachten had, dat hij wist of kon weten dat hij de woonlasten niet volledig zou kunnen gaan opbrengen.
Hoofdstuk V
Artikel 14
Woonkostentoeslag bij koopwoning
Onderdeel van Beleidsregel inzake de verstrekking van bijzondere bijstand en leenbijstand 2008/2