Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2.

Artikel 10.

De hoogte en duur van de maatregel

Onderdeel van Maatregelenverordening Wet investeren in jongeren 2009

1.. Onverminderd artikel 2, lid 2 wordt de hoogte en duur van de maatregel die hoort bij een verwijtbare gedraging als omschreven in artikel 9 vastgesteld op: twintig procent van de norm gedurende een maand bij een gedraging van de eerste categorie; dertig procent van de norm gedurende een maand bij gedragingen van de tweede categorie; veertig procent van de norm gedurende een maand bij gedragingen van de derde categorie; onderd procent van de norm gedurende twee maanden bij een gedraging van de vierde categorie met dien verstande dat bij het niet aanvaarden en vervolgens behouden van algemeen geaccepteerde arbeid van geringe omvang de hoogte van de maatregel wordt vastgesteld naar de mate waarin de jongere inkomen zou hebben kunnen verwerven of heeft verloren. 2.. De duur van de maatregel als bedoeld in lid 1 wordt verdubbeld, indien de jongere zich binnen twaalf maanden na de vorige als verwijtbaar aangemerkte gedraging opnieuw schuldig maakt aan een verwijtbare gedraging uit dezelfde of een hogere categorie. 3.. Bij volharding in een verwijtbare gedraging en voorts nadat twee eerdere maatregelen zijn opgelegd voor dezelfde gedraging, wordt tevens de hoogte van de maatregel verdubbeld.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel