Invulling bevoegdheid tot opschorting en beperkte bevoegdheid tot herziening, intrekking terugvordering en invulling bevoegdheid tot verhaal.
Met de komst van de Participatiewet wordt herziening, intrekking en terugvordering van ten onrechte verstrekte uitkering ingevolge de Participatiewet, IOAW en IOAZ verplicht gesteld. Het college blijft echter in alle gevallen bevoegd tot opschorting. Ook daar waar geen verplichte herziening, intrekking en terugvordering speelt, zal in principe consequent gebruik worden gemaakt van die bevoegdheid. In het debiteurenbeleid Participatiewet (als afgeleide van het uitvoeringsplan) wordt daar nog nader invulling aan gegeven. Daarbij kan bijvoorbeeld worden gedacht aan het al of niet hanteren van een drempelbedrag bij niet verplichte terugvordering, het weergegeven van een situatie waarbij van niet verplichte terugvordering wordt afgezien, etc.
Uit het oogpunt van Hoogwaardig Handhaven is het van belang dat kosten van bijstand en inkomensvoorziening -indien mogelijk- ook feitelijk worden verhaald. Afgezien van het argument dat er inkomsten kunnen worden gegenereerd, kan verhaal ook een preventieve werking hebben, bijvoorbeeld in geval van zogenoemde schijnverlatingen. Neemt niet weg dat verhaal in het kader van Hoogwaardig Handhaven toch een veel geringere positie inneemt dan terugvordering. Net als bij terugvordering zal in het debiteurenbeleid Participatiewet moeten worden vermeld op welke manier invulling wordt gegeven aan de verhaalsbevoegdheid. Ook hierbij kan worden gedacht aan het al dan niet toepassen van een drempelbedrag, het benoemen van een situatie waarin van verhaal wordt afgezien etc.
Hoofdstuk
Artikel 4
Artikel 4
Onderdeel van Verordening handhaving Participatiewet, IOAW en IOAZ Maastricht-Heuvelland 2015