**1..** De aanslag moet worden betaald binnen twee maanden na de dagtekening van het aanslagbiljet.
**2..** In afwijking in zoverre van het eerste lid geldt ingeval:
het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen (of als het aanslagbedrag maar één aanslag bevat het bedrag daarvan) niet minder dan € 50,-- bedraagt en
de termijnbedragen per termijn niet groter zijn dan € 1.500,-- en
de verschuldigde bedragen door middel van automatische betalingsincasso van de betaalrekening van de belastingschuldige kunnen worden afgeschreven, de aanslagen worden betaald in zoveel gelijke termijnen als na de maand van dagtekening van het aanslagbiljet nog maanden in het belastingjaar overblijven, met dien verstande, dat het aantal betalingstermijnen steeds minimaal 4 telt.
De eerste termijn vervalt op de laatste dag van de maand volgende op die, welke in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld, elk van de volgende termijnen vervalt telkens een maand later.
**3..** De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen.
Artikel 7.
TERMIJNEN VAN BETALING
Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van onroerende-zaakbelastingen