Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4.

Artikel 7.

Vaststelling bedrag financiële tegemoetkoming of persoonsgebonden budget voor woonvoorzieningen

Onderdeel van Besluit maatschappelijke ondersteuning De Ronde Venen 2015

1.. De financiële tegemoetkoming of het persoonsgebonden budget minus de eigen bijdrage voor woonvoorzieningen wordt vastgesteld als tegenwaarde van het bedrag zoals vermeld in de door het college geaccepteerde offerte. 2.. Het maximale bedrag voor de tegemoetkoming voor de kosten van verhuizing bedraagt € 2.619,00. 3.. Aan een persoon, die op verzoek van de gemeente, ten behoeve van een gehandicapte de woonruimte, bestemd voor permanente bewoning, heeft ontruimd kan een bedrag verstrekt worden vanmaximaal € 4.910,00. 4.. Een financiële tegemoetkoming in de kosten van onderhoud, keuring en reparatie van de woonvoorziening kan alleen verstrekt worden voor de hieronder vermelde voorzieningen: trapliften; rolstoel- of sta-plateauliften; woonhuisliften; patiëntenliften; mechanische inrichting voor het verstellen van een in hoogte verstelbaar keukenblok, bad of wastafel; elektrische deuropeners. De hierboven, onder a, genoemde tegemoetkoming is gelijk aan de daadwerkelijke kosten en kan enkel voor de onder a genoemde voorzieningen verrekend worden in het pgb. 5.. De hoogte van een door het college te verlenen financiële tegemoetkoming voor tijdelijke huisvesting is vastgesteld op: de werkelijke kosten van het tijdelijk betrekken van zelfstandige woonruimte en het langer moeten aanhouden van de te verlaten woonruimte, met een maximum van € 631,00 per maand. de werkelijke kale huurlasten van het tijdelijk betrekken van een niet-zelfstandige woonruimte, met een maximum van € 314,98 per maand. 6.. De hoogte van een door het college te verlenen financiële tegemoetkoming in de kosten van huurderving bedraagt maximaal € 631,00 per maand. De vergoeding wordt niet eerder verleend dan vanaf de tweede maand waarin sprake is van huurderving. 7.. Het bedrag dat als maximum verstrekt wordt bij het bezoekbaar maken als genoemd in de beleidsregels bedraagt € 2.500,00. 8.. Indien de technische levensduur van een woonwagen of een woonschip ten tijde van indiening van de aanvraag minder dan vijf jaar is, of de standplaats van de woonwagen binnen vijf jaar voor opheffing in aanmerking komt of het woonschip niet tenminste nog vijf jaar op de ligplaats mag liggen, bedraagt de tegemoetkoming of het persoonsgebonden budget voor aanpassing maximaal € 2.500,00. bij de toepassing van hetgeen hierboven onder a. is genoemd wordt uitgegaan van een woonwagen dan wel een woonschip, zoals genoemd in de Huisvestingswet.

Rechtspraak bij dit artikel