Bij de re-integratie van niet-uitkeringsgerechtigden gelden de volgende eisen:
de aanvrager dient zich voor minimaal twintig uur per week beschikbaar te stellen voor algemeen geaccepteerde arbeid;
de noodzaak voor ondersteuning dient aanwezig te zijn en wordt door het college vastgesteld;
de ondersteuning dient te allen tijde gericht te zijn op het verkrijgen van betaalde arbeid;
de aanvrager is verplicht ingeschreven te staan als werkzoekende bij het UWV.
De voorzieningen als genoemd in de artikelen 11, 12, en 16 worden niet ingezet voor de niet-uitkeringsgerechtigde.
In afwijking van het bepaalde in het tweede lid kan het college besluiten de voorziening als genoemd in artikel 11 in te zetten voor de niet-uitkeringsgerechtigde jonger dan 27 jaar afkomstig uit;
het praktijkonderwijs, bedoeld in artikel 10f van de Wet op het voortgezet onderwijs;
het voortgezet speciaal onderwijs, bedoeld in artikel 2 van de Wet op de expertisecentra; of
de entreeopleiding, bedoeld in artikel 7.2.2., onderdeel a, van de Wet educatie en beroepsonderwijs,
die niet in staat kan worden geacht tot het volgen van uit ’s Rijks kas bekostigd onderwijs.
Geen recht op ondersteuning bestaat voor de niet-uitkeringsgerechtigde en de persoon met een uitkering nabestaanden- of wezenuitkering op grond van de Algemene nabestaandenwet, indien sprake is van een voorliggende voorziening welke naar de mening van het college in voldoende mate bijdraagt aan de re-integratie van de aanvrager.
Hoofdstuk
Artikel 6
Niet-uitkeringsgerechtigde
Onderdeel van Re-integratieverordening Participatiewet 2015, gemeente Oosterhout