De maximale eigen bijdrage met betrekking tot ondersteuning
zowel in natura als pgb (uitgezonderd beschermd wonen, zie
lid 7) wordt per periode van vier weken vastgesteld aan de
hand van artikel 3.8 t/m 3.10 van de AMvB[1] en geheven
gedurende de gehele looptijd van de indicatie.
De maximale eigen bijdrage voor een in eigendom verstrekte
voorziening in pgb (uitgezonderd woonvoorziening, zie lid 3)
wordt per periode van vier weken vastgesteld aan de hand van
de in artikel 3.8 t/m 3.10 van de AMvB en gedurende een
periode van zeven jaar opgelegd en geïnd. Uitzondering
hierop is de sportvoorziening; hierbij wordt de eigen
bijdrage gedurende een periode van vijf jaar opgelegd en
geïnd.
De maximale eigen bijdrage voor een in eigendom verstrekte
woonvoorziening (zowel in natura als pgb) wordt per periode
van vier weken vastgesteld aan de hand van de in artikel 3.8
t/m 3.10 van de AMvB en gedurende het gebruik van de
voorziening opgelegd en geïnd totdat de kostprijs is
bereikt.
De maximale eigen bijdrage voor een in bruikleen verstrekte
voorziening wordt per periode van vier weken vastgesteld aan
de hand van de in artikel 3.8 t/m 3.10 van de AMvB en
gedurende het gebruik van de voorziening opgelegd en
geïnd.
De maximale eigen bijdrage voor een voorziening die van
niet-bouwkundige of van woningtechnische aard is en in
bruikleen wordt verstrekt, wordt per periode van vier weken
vastgesteld aan de hand van de in artikel 3.8 t/m 3.10 van
de AMvB en wordt gedurende het gebruik van de voorziening
opgelegd en geïnd.
Op grond van artikel 2.1.5 van de Wet is bij minderjarigen
de eigen bijdrage voor woonvoorzieningen verschuldigd door
de onderhoudsplichtige ouders.
De maximale eigen bijdrage met betrekking tot ondersteuning
bij het wonen (beschermd wonen, zowel in natura als pgb)
wordt per maand vastgesteld aan de hand van artikel 3.11 t/m
3.19 van de AMvB en geheven gedurende de gehele looptijd van
de indicatie.
Bij het opleggen van een eigen bijdrage voor ondersteuning
bij het wonen (beschermd wonen) dient er voor te worden
gezorgd dat de cliënt een bedrag overhoudt ten behoeve van
zak- en kleedgeld en geld voor de zorgverzekeringspremie. De
hoogte van dit bedrag wordt bepaald aan de hand van normen
die hiervoor zijn gesteld in de Wet werk en bijstand.
De berekening, vaststelling en inning van de eigen bijdrage
voor een maatwerkvoorziening wordt (achteraf) verricht door
het CAK.
De eigen bijdrage voor maatwerkvoorzieningen bedraagt nooit
meer dan de kostprijs van de maatwerkvoorziening.