Indien een belanghebbende een tekortschietend besef van verantwoordelijkheid voor de voorziening in het bestaan heeft betoond als bedoeld in artikel 18, tweede lid, van de wet, wordt een verlaging opgelegd die wordt afgestemd op de periode waarover de belanghebbende als gevolg van zijn gedraging eerder of langer recht heeft op bijstand.
Onverminderd artikel 2, tweede lid, wordt de verlaging op de volgende wijze vastgesteld:
bij een periode tot 3 maanden of korter: 10% van de bijstandsnorm gedurende die maanden dat er verwijtbaar een beroep op bijstand wordt gedaan;
bij een periode van 3 tot 6 maanden: 20% van de bijstandsnorm gedurende die maanden dat er verwijtbaar een beroep op bijstand wordt gedaan;
Bij een periode van 6 maanden of langer besluit het college bijstand te verlenen in de vorm van een geldlening.
Als door eigen toedoen het recht op een voorliggende voorziening niet is aangevraagd of is kwijtgeraakt, is de maatregel honderd procent van de bijstandsnorm gedurende een maand.
HOOFDSTUK 4.
Artikel 12.
Tekortschietend besef van verantwoordelijkheid
Onderdeel van Afstemmingsverordening Participatiewet gemeente Assen 2015