- - Het college kan een uitkeringsgerechtigde die een beroep doet op de Participatiewet een tegenprestatie naar vermogen opdragen.
- - In afwijking van het eerste lid draagt het college geen tegenprestatie op aan:
- - de belanghebbende die aantoonbaar maatschappelijk nuttige activiteiten, waaronder vrijwilligerswerk, verricht die naar aard en omvang minimaal vergelijkbaar zijn met een tegenprestatie als bedoeld in deze verordening;
- - de belanghebbende die mantelzorg verricht voor zover het verrichten van die mantelzorg naar het oordeel van het college redelijkerwijs noodzakelijk is.
- - Bij het opdragen van een tegenprestatie houdt het college rekening met de volgende factoren:
- - de tegenprestatie moet naar vermogen kunnen worden verricht door een belanghebbende;
- - de persoonlijke situatie en individuele omstandigheden van een belanghebbende moeten in aanmerking worden genomen;
- - de persoonlijke wensen en kwaliteiten van een belanghebbende moeten in overweging worden genomen.
d