Het college kan een uitkeringsgerechtigde die een beroep doet op de Participatiewet een tegenprestatie naar vermogen opdragen.
In afwijking van het eerste lid draagt het college geen tegenprestatie op aan:
de belanghebbende die aantoonbaar maatschappelijk nuttige activiteiten, waaronder vrijwilligerswerk, verricht die naar aard en omvang minimaal vergelijkbaar zijn met een tegenprestatie als bedoeld in deze verordening;
de belanghebbende die mantelzorg verricht voor zover het verrichten van die mantelzorg naar het oordeel van het college redelijkerwijs noodzakelijk is.
Bij het opdragen van een tegenprestatie houdt het college rekening met de volgende factoren:
de tegenprestatie moet naar vermogen kunnen worden verricht door een belanghebbende;
de persoonlijke situatie en individuele omstandigheden van een belanghebbende moeten in aanmerking worden genomen;
de persoonlijke wensen en kwaliteiten van een belanghebbende moeten in overweging worden genomen.
d
HOOFDSTUK 2.
Artikel 3.
Het opdragen van een tegenprestatie
Onderdeel van Verordening tegenprestatie participatiewet gemeente Assen 2015