In het kader van cliëntenparticipatie vraagt het college van
burgemeester en wethouders het platform om advies. Het platform
is ook gerechtigd om uit eigen beweging advies uit te brengen
aan burgemeester en wethouders.
Burgemeester en wethouders vragen de betreffende
belangengroepering in ieder geval om advies als het een
onderwerp betreft van de onder artikel 3 genoemde
beleidsterreinen.In het geval van nieuw beleid wordt de
belangengroepering in elk geval betrokken bij de hoofdlijnen van
het beleid.In het geval van evaluatie wordt de
belangengroepering in elk geval betrokken bij de vaststelling
van vragen op grond waarvan de evaluatie zal worden
verricht.
Het advies wordt op een zodanig tijdstip gevraagd, dat het van
wezenlijke invloed kan zijn op het te nemen besluit. Dit wordt
bewerkstelligd door de belangengroepering nadat advies is
gevraagd, in principe vier weken de gelegenheid te geven op de
adviesaanvraag te reageren.
In het geval burgemeester en wethouders in een voorstel aan de
gemeenteraad afwijken van het advies van het platform wordt dit
bij het advies vermeld, waarbij tevens is aangegeven op welke
gronden van het advies van het platform is afgeweken.In het
geval dat burgemeester en wethouders zijn afgeweken van het
advies van het platform delen zij dit schriftelijk mee aan het
platform. Deze mededeling heeft plaats gelijktijdig met de
toezending van het ter zake doende advies van burgemeester en
wethouders aan de gemeenteraad.
Burgemeester en wethouders wijst een contactambtenaar aan als
aanspreekpunt voor de communicatie met het platform. Deze
ambtenaar voert tevens het secretariaat van het periodiek
overleg tussen het platform en de gemeente.
Tussen de wethouder en de belangengroepering vindt minimaal 4
keer per jaar een structureel overleg plaats.
Daarnaast kan, indien nodig, overleg plaats vinden tussen de
desbetreffende contactambtenaar en de belangengroepering of met
vertegenwoordigers van belangengroepering.
Burgemeester en wethouders kunnen een reglement vaststellen
waarin huishoudelijke en organisatorische zaken ten behoeve van
de cliëntenparticipatie worden geregeld.
Burgemeester en wethouders dragen er zorg voor dat de gemeente
aan de belangengroepering de nodige informatie verstrekt ten
behoeve van het naar behoren kunnen functioneren van de
belangengroepering. Het betreft hier alle informatie die
noodzakelijk is om beleid en uitvoering te begrijpen en om
ontwikkelingen en wijzigingen te kunnen volgen.