Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3. › Paragraaf 2.

Artikel 3.6

Weigeringsgronden.

Onderdeel van Verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning Gemeente Bergen op Zoom 2008

1.. De aanvraag voor een woonvoorziening als bedoeld in dit hoofdstuk wordt geweigerd indien: de noodzaak tot het treffen van de woonvoorziening het gevolg is van een verhuizing waartoe op grond van belemmeringen bij het normale gebruik van de woning ten gevolge van functionele beperkingen geen aanleiding bestond en er geen andere belangrijke reden aanwezig was, tenzij er sprake is van een verhuizing naar een ADL woning; de ondersteuningsvrager niet is verhuisd naar de voor zijn of haar beperkingen op dat moment beschikbare meest geschikte woning, tenzij daarvoor tevoren schriftelijk toestemming is verleend door het College; deze betrekking heeft op voorzieningen in gemeenschappelijke ruimten anders dan automatische deuropeners, hellingbanen en extra trapleuningen; de woonvoorziening aangevraagd wordt op een moment dat op basis van leeftijd, gezinssituatie of woonsituatie te voorzien was dat deze voorziening noodzakelijk zou zijn en er geen sprake is van een onverwacht optredende noodzaak; de ondersteuningsvrager verhuist naar een AWBZ-instelling of verhuist naar een andere instelling, gericht op het verstrekken van zorg; er geen rechtstreeks oorzakelijk verband bestaat tussen de ondervonden beperkingen en een of meer bouwkundige of woontechnische kenmerken van de door de aanvrager bewoonde woning; de beperkingen niet in de woning zelf (waartoe ook de toegankelijkheid van de woning moet worden begrepen) worden ondervonden. 2.. Een ondersteuningsvrager, die voor het eerst zelfstandig gaat wonen komt niet in aanmerking voor een tegemoetkoming in de kosten van verhuizing en herinrichting.

Rechtspraak bij dit artikel