**1..** Een ondersteuningsvrager kan voor de in artikel 4.1 lid 2, 3 en 4 vermelde voorziening in aanmerking worden gebracht indien:
een collectief systeem als bedoeld in artikel 4.1 lid 1 niet aanwezig is.
objectief aantoonbare beperkingen op grond van functionele, chronisch psychische en/of psychosociale factoren het gebruik van een vervoersvoorziening als bedoeld in artikel 4.1 lid 1 onmogelijk maken.
**2..** Voor de bij artikel 4.1 lid 2 genoemde voorzieningen geldt dat zij ook in aanvulling op het gebruik van een collectief systeem als bedoeld in artikel 4.1 lid 1 kunnen worden verstrekt.
**3..** Een ondersteuningsvrager kan voor de in artikel 4.1 lid 2 sub b en c benoemde voorziening alleen in aanmerking komen als hij kan beschikken over een adequate stallingsruimte, dan wel beschikt over een ruimte die voor stalling geschikt kan worden gemaakt.
**4..** De ondersteuningsvrager kan in aanmerking worden gebracht voor een vervoersvoorziening als bedoeld in artikel 4.1 lid 4 sub a, indien het gebruik hiervan medisch noodzakelijk is om te voorzien in de vervoersbehoefte.
**5..** Voor zover de behoeften van echtgenoten niet samenvallen, wordt niet meer dan anderhalf maal een enkele voorziening toegekend, zoals bedoeld in artikel 4.1 lid 4 sub a.
Hoofdstuk 4. › Paragraaf 1.
Artikel 4.3
Aanspraak op een individuele vervoersvoorziening
Onderdeel van Verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning Gemeente Bergen op Zoom 2008