Naar hoofdinhoud

Artikel 2

Uitgangspunten bij uitbreidingen behorende bij een woning binnen de bebouwde kom (1)

Onderdeel van Beleidsregels inzake toepassing ontheffingsbevoegdheid ex artikel 4 van Bijlage II van het Besluit omgevingsrecht: planologische kruimelregeling gemeente Epe

1.. de gezamenlijke oppervlakte van de (vrijstaande) bijgebouwen mag afhankelijk van de totale perceelsgrootte niet meer bedragen dan hieronder aangegeven: totale oppervlakte perceel: maximaal gezamenlijke oppervlakte: - tot 300 m2 : 60 m2 - van 300 m2 tot 500 m2 : 80 m2 - van 500 m2 tot 750 m2 : 90 m2 - van 750 m2 tot 1.000 m2 : 100 m2 -van 1.000 m2 en meer : 150 m2. 2.. het bouwperceel (op grond van het bestemmingsplan) mag voor niet meer dan 50% worden bebouwd; 3.. de oppervlakte van een carport wordt niet in mindering gebracht op de oppervlakte aan (vrijstaande) bijgebouwen mits wordt voldaan aan de volgende criteria: de oppervlakte van de carport bedraagt niet meer dan 30 m²; de bouwhoogte van de carport bedraagt niet meer dan 3 m; de carport wordt niet vóór de voorgevel van het hoofdgebouw gebouwd. 4.. ten aanzien van uitbreiding van een woning aan de achterzijde geldt: de diepte van de woning mag na uitbreiding maximaal 15 m bedragen, mits het onbebouwd gedeelte van het erf achter de woning tot de bouwperceelgrens na de uitbreiding minimaal 5 m bedraagt over de volle breedte van de woning; voor de maximale goothoogte wordt aangesloten bij de bestaande goothoogte, met dien verstande dat wanneer de in de regels van het geldende bestemmingsplan voorgeschreven goothoogte hoger is, deze mag worden aangehouden; de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan de bouwhoogte van de bestaande woning. 5.. ten aanzien van uitbreiding van de woning aan de zijzijde geldt: de goothoogte mag maximaal 4 m bedragen; de bouwhoogte mag maximaal 5 m bedragen, met dien verstande dat de bouwhoogte hoger mag zijn in geval van doortrekking van het dakvlak, tenzij de nokrichting evenwijdig aan de straat loopt; deze niet breder mag zijn dan 50% van de breedte van de oorspronkelijke woning; de afstand tot de zijdelingse bouwperceelgrens minimaal 3 m dient te zijn. 6.. ten aanzien van vrijstaande bijgebouwen bij woningen geldt het volgende: het bijgebouw dient minimaal 3 meter achter de voorgevel van de woning dan wel het verlengde daarvan te worden gebouwd; één van de zijstroken dient vrij van bijbehorende bouwwerken te blijven tot de lijn evenwijdig aan en op een afstand van 25 meter achter de voorgevel van de woning; de goothoogte mag niet meer dan 3 meter bedragen; de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 5 meter. 7.. criteria bij erkers: bij hoekwoningen geldt dat situering van de erker vóór het verlengde van de voorgevelrooilijn van de om de hoek gelegen hoofdgebouwen niet is toegestaan; In afwijking van het voorgaande mag één zijde van de zijgevel worden overschreden met een erker, waarbij moet worden voldaan aan de volgende voorwaarden: a. de horizontale diepte mag maximaal 1,5 m bedragen; b. de diepte van de overblijvende, niet met gebouwen bebouwde gronden moet minimaal 2,5 m bedragen; c. voor zover de erker wordt gebouwd tegen de zijgevel van het hoofgebouw mag de breedte van de erker maximaal 2/3 van de breedte van de oorspronkelijke zijgevel bedragen; d. voor zover de erker aan de voorgevel wordt gebouwd, mag de breedte van de erker aan de zijgevel maximaal 25% van de breedte van de oorspronkelijke zijgevel bedragen; e. de bouwhoogte mag maximaal 3 m bedragen, dan wel de hoogte van de eerste bouwlaag van het hoofdgebouw + 0,25 m;

Rechtspraak bij dit artikel