In deze moet het college altijd onderzoeken en toelichten dat de verhuizing uit de aangepaste woning „verwijtbaar. is, en niet ten gevolge van een noodzaak in de zin van werk elders of bijvoorbeeld een echtscheiding. Dit artikel heeft niet ten doelstelling de eventueel gemaakte winst uit de verkoop van het huis af te romen. Het heeft enkel ten doel (een deel van) de kosten van de uitgevoerde aanpassing terug te kunnen vorderen.
Artikel 29: financiële tegemoetkoming voor het gebruik van een (eigen) auto, een (rolstoel)taxi of een bruikleenauto
Dit artikel legt een aantal bedragen vast voor de autokostenvergoeding, de taxikostenvergoeding, gebruik van een bruikleenauto en de vergoeding van de rolstoeltaxi.
Artikel 30: financiële vergoeding autoaanpassingen
Dit artikel beschrijft de voorwaarden die gelden bij toekenning van een autoaanpassing.
Artikel 31: financiële tegemoetkoming sportrolstoelen
De sportrolstoel is een voorziening die meegenomen is vanuit de Wet voorzieningen gehandicapten (Wvg) zonder dat deze sportrolstoel in de Wmo wordt genoemd. De sportrolstoel is een bovenwettelijke voorziening, in de Wvg opgenomen naar aanleiding van een verzoek van de Tweede Kamer. De vergoeding dient beschouwd te worden als tegemoetkoming in de kosten van aanschaf en onderhoud voor een periode van drie jaar. Na drie jaar kan opnieuw een financiële tegemoetkoming worden toegekend.
Artikel 32: inning en vaststelling eigen bijdrage
Inning en vaststelling van de eigen bijdrage gebeurt op basis van de landelijke regels door het Centraal administratie kantoor. Deze organisatie is hiervoor door het Rijk is aangewezen. Een uitzondering hierop vormt de eigen bijdrage voor maatschappelijke opvang en vrouwenopvang. Door wie en de wijze waarop dit gebeurt, is beschreven in bijlage 7.
Artikel 33: berekening eigen bijdrage
In het eerste lid wordt expliciet gemaakt voor welke maatwerkvoorzieningen, persoonsgebonden budgetten en financiële tegemoetkomingen geen eigen bijdrage geldt. Voor de kosten die het college maakt voor de collectieve vervoersvoorziening regiotaxi wordt per te reizen zone een algemeen gebruikelijk tarief voor deelname aan het openbaar vervoer in rekening gebracht, te betalen aan Regiotaxi
Voor alle overige maatwerkvoorzieningen, persoonsgebonden budgetten en financiële tegemoetkomingen dient een eigen bijdrage betaald te worden.
In dit het gemeentelijke beleid 2014 en ook in de Algemene wet bijzondere ziektekosten werd ervoor gekozen om de hoogte van de eigen bijdragen vast te stellen op de maximale bedragen die in Uitvoeringsbesluit maatschappelijke ondersteuning zijn vastgesteld en die op regelmatige basis door de minister worden aangepast. In dit besluit (2015) geldt dit alleen voor beschermd wonen, maatschappelijke opvang en vrouwenopvang.
Compensatie wegvallen Wet tegemoetkoming chronisch zieken en gehandicapten (Wtcg).
Het Rijk heeft besloten twee landelijke regelingen voor zorgkosten af te schaffen. Het gaat daarbij om de inkomensonafhankelijke Compensatieregeling Eigen Risico (CER) en de inkomensafhankelijke Wet tegemoetkoming chronisch zieken en gehandicapten (Wtcg). Beide rijksregelingen waren bedoeld om de doelgroep (chronisch zieken en gehandicapten) financieel te compenseren voor meerkosten als gevolg van hun ziekte of handicap.
Met het afschaffen van de Wtcg vervalt per 1 januari 2015 ook de Wtcg korting van 33% op de eigen bijdrage. Met het op gemeentelijk niveau aanpassen van de (maximale) parameters uit het (landelijke) Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 compenseren we de lage- en de middeninkomens voor het wegvallen van deze korting. Daarmee geven we uitvoering van ons beleidsvoornemen om de Wtcg en CER gelden te bestemmen voor de doelgroep die door het afschaffen van deze regelingen wordt getroffen. Met deze werkwijze worden alle gebruikers van maatwerkvoorzieningen met een laag en middeninkomen bereikt en er is een directe relatie met de werkelijke individuele kosten. Het bedrag dat hiermee is gemoeid, is geraamd op €1,3 miljoen. Financiering vindt plaats uit de geoormerkte CER/Wtcg gelden (€ 2,2 miljoen) zoals door de raad besloten in het addendum beleidsplan Wmo 2015. De verlaging van de parameters is vertaald in lid 4.
Voor beschermd wonen, maatschappelijke opvang en vrouwenopvang gold de korting van 33% niet. Het aanpassen van de parameters heeft dan ook geen betrekking op deze voorzieningen (lid 3).
In lid 5 wordt expliciet benoemd dat de eigen bijdrage nooit hoger mag zijn dan de kosten van de voorziening. Per voorziening wordt vastgesteld welke kosten de basis vormen voor de te betalen eigen bijdrage of eigen aandeel.
Artikel 34: de kostprijs van de maatwerkvoorziening, het persoonsgebonden budget en de financiële tegemoetkoming
Voor de nieuwe dienstverlening die per 1 januari 2015 vanuit de Algemene wet bijzondere ziektekosten naar gemeenten wordt overgeheveld geldt dat de kostprijs van de voorziening en daarmee ook de grondslag voor de eigen bijdrage op dit moment in alle gevallen op 14 euro per uur of dagdeel ligt. Dit fictieve bedrag is substantieel lager dan de daadwerkelijke kostprijs van de voorziening. Voor de leveringen en diensten in het huidige (2014) gemeentelijke beleid geldt dat de daadwerkelijke kostprijs de grondslag vormt voor de eigen bijdrage.
Het college kiest ervoor om bovenstaande tweespalt voorlopig te handhaven. Dit betekent dat de grondslag voor de dienstverlening in het kader van de nieuwe taken 14 euro (per uur / per dagdeel) blijft en dat we dit voor de bestaande taken blijven relateren we dit aan de daadwerkelijke kosten. Hiermee voorkomen we (bijkomende) negatieve inkomenseffecten bij burger. In 2015 zullen we nader onderzoeken op welke manier we kunnen komen tot een uniforme methodiek inzake het bepalen van de kostprijs van maatwerkvoorzieningen en PGB.
Artikel 35: inleverpremie scootmobielen bij niet-gebruik
Sinds december 1997 kent de gemeentelijke uitvoering van de toenmalige Wet voorzieningen gehandicapten (Wvg) de mogelijkheid om aan personen die een door de gemeente verstrekte
scootmobiel niet gebruiken, een forfaitaire vergoeding toe te kennen. Ondanks een geldige indicatie voor een scootmobiel willen zij om diverse redenen spontaan en vrijwillig afstand doen van deze voorziening. Deze forfaitaire tegemoetkoming is bekend onder de naam ”inleverpremie scootmobiel bij niet-gebruik”. Doel van deze regeling is om doelmatiger met de uitstaande scootmobielen om te gaan. Het ontbreekt de gemeente aan toereikende controle-instrumenten om deze doelmatigheid actief te controleren. Indien personen aan wie door de gemeente een scootmobiel is verstrekt, nauwelijks tot geen gebruik maken van deze voorziening, dan kan een financiële prikkel hen er toe bewegen om vrijwillig afstand te doen van de voorziening. Deze regeling stimuleert het bewust omgaan met deze voorziening en leidt bovendien tot een besparing op de huurlasten van hulpmiddelen. Uitbetaling vindt direct plaats aan, en op verzoek van de persoon aan wie de scootmobiel is toegekend. Deze persoon dient op het moment van aanvraag van de inleverpremie in het bezit te zijn van een geldige indicatie voor een scootmobiel van tenminste 6 maanden. Daarnaast kan iedere aanvrager slechts éénmaal aanspraak maken op de inleverpremie.
Deze regeling geldt niet bij inlevering in geval van overlijden van de persoon aan wie de
scootmobiel is toegekend. Ook wordt geen premie toegekend indien de scootmobiel wordt
vervangen door een andere scootmobiel of door een andere maatwerkvoorziening.
Artikel 36. Citeertitel en inwerkingtreding
Geen nadere toelichting.
Bijlagen - Besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Maastricht 2015
Artikel 28:
terugbetalen woningaanpassing
Onderdeel van Besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Maastricht 2015