Naar hoofdinhoud

Titel 5:

Artikel 23:

Drempelbedrag

Onderdeel van Verordening leerlingenvervoer Gemeente Bergen op Zoom 2009

1.. Aan de ouders van een leerling die een school voor basisonderwijs of een speciale school voor basisonderwijs bezoekt, van wie het inkomen tezamen meer bedraagt dan € 22.050,- wordt slechts een bekostiging verstrekt voor zover de kosten van het vervoer van die leerling de kosten van het openbaar vervoer over de in artikel 11 bepaalde afstand te boven gaan. 2.. In geval het college in plaats van bekostiging in geld toe te kennen het vervoer zelf verzorgt dan wel doet verzorgen, betalen de ouders van een leerling, echter voor maximaal 2 leerlingen uit één gezin, die een school voor basisonderwijs of een speciale school voor basisonderwijs bezoekt, per schooljaar een eigen bijdrage die gelijk is aan de kosten van het openbaar vervoer over de in artikel 11 bepaalde afstand, indien het inkomen van de ouders meer bedraagt dan € 22.050,-. 3.. In geval een leerling een speciale school voor basisonderwijs bezoekt en op grond van artikel 13A aanspraak kan maken op bekostiging op basis van de kosten van aangepast vervoer, betalen de ouders per leerling, echter voor maximaal 2 leerlingen uit één gezin, per schooljaar een eigen bijdrage die gelijk is aan de kosten van het openbaar vervoer over de werkelijke afstand, indien het inkomen van de ouders meer bedraagt dan € 22.050,-. 4.. De kosten voor openbaar vervoer, genoemd in het eerste, tweede en derde lid, betreffen de kosten van openbaar vervoer die op grond van de zone-indeling in de regeling die is gebaseerd op artikel 30, eerste lid, van de Wet personenvervoer 2000, voor de afstand redelijkerwijs zouden worden gemaakt, ongeacht de aanwezigheid van openbaar vervoer of het daadwerkelijk gebruik ervan. 5.. Het bedrag van € 22.050,-, genoemd in het eerste, tweede en derde lid, wordt met ingang van 1 januari 2009 jaarlijks aangepast aan de wijziging die het indexcijfer van de regelingslonen van volwassen werknemers heeft ondergaan ten opzichte van het voorafgaande jaar, en afgerond op een veelvoud van € 450. Het aangepaste bedrag treedt in plaats van het in het eerste, tweede en derde lid genoemde bedrag van € 22.050,-. 6.. Deze bepaling is niet van toepassing op de leerling voor wie ingevolge Titel 6 een vervoersvoorziening is verstrekt.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel